Waarman's ogenblik

Stad van het scheve wegdek

VLAARDINGEN - ‘Je kunt je nek normaliter maar eenmaal breken,’ sprak een keurig heer op de bar van een alcohol schenkende nering mét vergunning. ‘Toegegeven, ze - die medische wonderen - kunnen steeds meer, maar een goed gebroken nek is meest fataal alvorens de operatietafel ook maar is bereikt.’

Stad van het scheve wegdek

Waarman bezag het eigenaardige heertje op leeftijd, dat met een verwaarloosbare lengte van enkele centimeters alleszins meer uitstraling bezat dan het gehele college bijeen, met kritisch oog en vroeg zich in stilte af waarheen dit gesprek hem leiden zou.

‘Ik heb uw column met als titel Poep aan je schoenen of in je hoofd? (*) met smaak, om het maar eufemistische te duiden, gelezen. De wijze waarop u dit fecaal stadsprobleem tackelt mag op mijn bewondering rekenen. Ik heb het zelfs aan mijn gade (een dyslectische freule die ik liefdevol Marusya noem, domweg omdat zij zo heet) in haar oorspronkelijke taal voorgelezen en zij beaamde mijn bevinding.

‘Maar nog iets,’ repliceerde zij, ‘die poep, die je vindt op straten, pleinen, stoepen en in parken … die ligt meest op een hobbelig bedje van diezelfde straten, pleinen, stoepen of in parken.’ Dat laatste begrepen we beide direct. Een park is tenslotte geen biljartlaken. Enige accentuatie van het oppervlak geeft eerder cachet dan dat dit stoort. Maar verder …

‘U, meneer Waarman, is het vast opgevallen dat mijn lengte gering is in dit land. Als pygmee zou ik, zelfs indien residerend in West- of Centraal-Afrika, wellicht nog geen kans maken op een plekje in het Nationaal Basketbalteam. Hier is dat helemaal uitgesloten.

Hij dronk een espresso (niet geheel toevallig het kleinste kopje koffie) en depte na het beëindigen ervan zijn lippen met een hagelwit zakdoekje en vervolgde zijn relaas.

‘Vanwege mijn gebrekkige lengte, die mij trouwens nimmer parten speelt omdat zelfvertrouwen is gebaseerd op eigen kunnen en niet op fysieke monstruositeit, heb ik een geheel andere kijk op dingen als hondenpoep. Wat voor de één een stinkend bruin darmsmeersel is dat, eenmaal aan de zool gekleefd voor opgetrokken neuzen zorgt, is voor mij niet zelden een berg waar ik recht tegenaan kijk en, indien niet zo’n dierlijke tweedehands beestenboel, het beklimmen waard.

Ze noemen mij, goede vrienden en naaste familie, Bonsaiman. Dit omdat ik er altijd - dankzij Marusya - keurig verzorgd bij loop en uiteraard vanwege mijn gebrek aan metrische lengte. Daarom heb ik nog nimmer de moeite genomen zo’n bolus, gewapend met touwen, karabijnhaken en al, te beklimmen. Domweg omdat dat wat stinkt, daar moet je verre van blijven.’

Hij bestelde nog maar eens een mini-espresso. Waarman gaf hij niks. Omdat, zo zei hij: ‘Mijn pensioen net zo klein is als ikzelf.’ Hij keek op de caféklok. Dit omdat zijn horloge zulke kleine wijzers had dat zijn licht deficiënte ogen hem bij het bekijken ervan in de steek lieten.

‘Maar de straat,’ zo pakte hij zijn garentje weer op, ‘dat is een avontuur. Van mijn huis uit naar hier? Dat is voor u, meneer Waarman, een wandeling de moeite van het omzetten in tijd of afstand niet waard. Voor mij is het als het gaan op vakantie … ik moet het zorgvuldig plannen.

Als ik tijdens mijn lopende stadsreizen naar boven kijk, iets wat ik veelvuldig doe, omdat ik niet wil worden geplet door een hele noch een halve zool, zie ik steeds vaker de onderkant van een straatklinker of stoeptegel. Als ik me rek kan ik soms net met mijn vingertoppen aan de bovenkant geraken. Geen klinker of tegel ligt recht. Zelfs zag ik al diverse keren een dame struikelen en met bebloed hoofd en kermend van pijn weer opstaan. Die vrouw zou een rechtszaak aan moeten spannen tegen de Staat der Vlaardingen. Zij zijn het die verantwoording dragen voor dit abominabele dek der straten, stoepen en pleinen. Om redenen van logische aard laat ik de parken hier achterwege.

In andere steden heb je asfalt. Dat kleeft weliswaar op warme dagen zodat ik vast sta tot aan het koele avonduur en derhalve die route liever mijdt gelijk olifanten spreekwoordelijke muizen, maar op koelere dagen is het voor mij een zaligheid. Eventjes niet klauteren. Je ziet mij dus ook niet in het Klauterwoud. Op vakantie, waarbij ik door mijn Marusya liefdevol aan haar hart wordt gekoesterd, zoeken we altijd een circuit op van naam. Daar heb je, en vraag het Max Verstappen gerust, het vlakste asfalt op aarde. Voor mij een genot.’

Hij maakte aanstalten om met zijn uitgeklapte paraplu van de bar ab te seilen en zei ten afscheid: ‘Ik hoop dat Vlaardingen nu eens iets aan dat beloofde dek doet van straten, stoepen en pleinen. Daar is ieder bij gebaat. Dag.’ En weg zeilde hij richting voordeur. Voorzichtig de kieren in de houten vloer vermijdend.

(*) Noot
Link column Poep aan je schoenen of in je hoofd?

Tekst
Waarman

Schilderij
Robert Daalmeijer

18-02-2025