De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Begin van een veelomvattende carrière

Ton Lebbink: vallende start

Ton Lebbink: vallende start

Zoals is gebleken uit circa 400 epistels in De Vlaardinger, twee lp’s met gedichten op muziek, een klein handjevol bundels en de muziek van Mecano bezat Ton Lebbink het nodige talent. Los nog van alle andere bezigheden die hem tot modern renaissanceman maakten. Of hij het van een vreemde had? Wellicht niet. Hij haatte dieverij en vrijwel iedere vorm van bedrog op een kleine jeugdzonde na, die overigens wel met kunst te maken had.

“Enfin,” zou wijlen Martin Bril hier hebben geschreven tot Matthijs van Nieuwkerk hem erop attendeerde dat dit wel erg vaak in zijn columns voorkwam.

Zijn oom Henk kon dichten als geen ander. Hij was in Amsterdam-Noord dan ook een gewild loodgieter die, vanwege zijn snaakse voorkomen en gespierde torso dagelijks wel meer dan het gebruikelijke aan lekkages stopte. Tot tijdens zo’n buitenechtelijke edoch verre van professionele sessie de heer des huizes onverwacht binnenstapte en in de keuken op het aanrecht zijn vrouw en oom Henk aantrof.
    Oom Henk pakte na enige weken ziekenhuis zijn bullen en is geëmigreerd naar een Grieks eiland met onuitsprekelijke naam. Hierdoor was van geen verkeer, postaal noch fysiek, ooit nog sprake.

Ton Lebbink specialiseerde zich in alles wat hij op zijn levenspad aantrof en leuk vond. Zijn buitenechtelijke vriendin en trouw dienster Caroline herinnerde zich onlangs nog zo’n onderwerp.
   ‘Hij raakte onder het tanken van de nodige anderhalfjes aan de praat met een keurig heer in streepjespak. Dat feit werd luister bijgezet met nog enige anderhalfjes en de man in kwestie raakte hem flink met puntjes Laphroaig. In de verder vaste rij tooghangers, zeg maar: The Usual Suspects, stond hier-en-daar een onverwacht Barbarellaesque dame van stavast. Met duidelijke zin van de avond eens iets anders en bijzonders te maken.
   De vaste kliek weekzuipers had zeven dagen gespaard om niet als eerste af te hoeven haken voor als het gezellig werd, zoals elke vrijdagavond het geval. Ik was er erg blij mee en de fooienpot puilde haast uit.
   “Waarom staat u daar met andere vrouwen in plaats van u lekker te mengen met deze herenrij?” vroeg de handelsreiziger in kantoorartikelen uit de Achterhoek, die ondanks wekelijks cafébezoek in Helmers na enige maanden nog altijd met een accent sprak.
   “Omdat ik niet kan kiezen,” zei zij.
   De handelsreiziger was hierdoor op zijn humoristisch kleine pikkie getrapt, dat hij zijn ampele neuskegel begroef in zijn Amsterdammertje. Hij vond zichzelf een enorm aantrekkelijke kraan van een vent. Knap ook en een causeur van de bovenste plank. Dat laatste kon best zijn, daar niemand Achterhoeks sprak bleef dit lang in het ongewisse.
   De troep keuvelde verder en dronk sporadisch flessen en vaten leeg.’

Caroline haalde even adem.

‘Het was een smakelijk hapje. Een kalkoen op mensformaat. Een beetje als de latere Vlaamse minister Maggie De Block. Daarvan kon je ook best soep koken op Waalse bouillonbasis. Die dame aan de bar.
   Op naar ideeën voor een nieuw gedicht schoof Ton Lebbink na enige minuten kletterend toiletbezoek een paar krukken op en stond naast haar. “Zal ik u vertellen over die amorfe klomp heren, hun eigenaardigheden en met wie je na sluitingstijd de meeste pret kunt hebben?”
   Zij speelde met haar Martiniglas waarin vintage port. Ze zwoer bij rode alcohol bevattende drankjes. Liefst had ze een vat van 225 liter direct aan de getuite lippen (waarop dezelfde kleur lippenstift) gezet en het in één ruk leeg gezopen als de eerste-de-beste bootwerker, als die niet bier of jenever prefereerden.
   Zij vroeg aan Ton Lebbink, die trouw alle vragen komisch en gevat pareerde, wat hij dacht van een Supertrio. De dichter dacht aan paarden en schudde het hoofd lichtjes ontkennend. Hij had soms last van stalbenen na een avond leunen aan de toog en dat beviel maar matig.
   “Je weet niet wat je mist,” zei de ferme.
   “En ik weet niet of ik dit erg vind.”
   “Mag ik je vast een voorproefje geven?”
   “Hier in een vol café?”
   Ze knikte koket.
   “Nou, vooruit dan maar.” Voor de zekerheid dronk hij met twee teugen zijn anderhalfje leeg. Je wist immers maar nooit.

De Barbarella kloon trok haar jurk aan de voorzijde van boven tot onder met een fikse ruk aan haar rits open. Wat zich toen openbaarde maakte Café Helmers stil en Ton Lebbink haalde hoorbaar adem en moest moeite doen niet tegen de houten vlakte te slaan.

Onder haar jurk, ter hoogte van haar Hollandse Bergen, zaten liefst vier borsten op een rij.
   “Potverdrie, dat is pas een oplossing tegen de heersende woningnood,” mompelde de ex-drummer van Mecano. “Een mobiel rijtjeshuis met vaste melkkraan en bruin gelakte tepeldeur!” Daarop viel hij voor een keertje stil en voor enige minuten flauw.

Toen Ton weer bijkwam door mijn vluggerzout was de dame verdwenen en vanaf die dag dichtte hij met de onvermoeibare snelheid van een Afrikaanse marathonloper. En bijna alles was Klasse AAA. Maar dat laatste; noem het gerust een tikje subjectief.’

DIKBILTREND

Het mooie van de mode
is dat mode mooier wordt.
Totdat het mooiste van de trend
Onmodieuze mode wordt.

Van blote voeten naar sandalen.
Van sandalen naar schoenen.
Van schoenen naar hoge hakken.
Van hoge hakken naar plateaus.
Van plateaus naar steunzolen.
Van steunzolen naar gympen.
Van gympen naar sandalen.
Van sandalen naar blootsvoets.
Opdat je modieuzer bent.

God verhoede straks de dikbiltrend.

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: