De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Ton Lebbink: Dodemansdorst

Ton Lebbink: Dodemansdorst

Eindelijk was het Ton Lebbink gelukt een hemels anderhalfje te krijgen. Gelukzalig hing hij aan de wolkenbar met zijn eerste traktatie in ruim een jaar. Naast hem een kwibus, die zich had voorgesteld als Wolkewietje; een wat vreemde atleet in een oversized legging en een bos wild wippend wit krulhaar.
   Aan de andere kant zat Sam McCloud.

Het is niet makkelijk voor een v/h levenslustig man in je eentje in de hemel je tijd te moeten door brengen. Slechts een enkele keer heb je er een goed gesprek zonder Zware van de Weduwe of een toch op aarde althans als goddelijk geafficheerde apart geschonken drankenmix gelijk die van vers koel bier en ijskoude jenever in een beslagen tulpglas.

Het was een droge, saaie bende, daarboven op de wolken. Net eronder … ja, daar vertrok weleens een bui. Maar daar had je bovenop niks aan. Het roken en drinken stond alweer enige decennia onder streng toezicht van het hemelbestuur. Een als geintje begonnen organisatie, ontsproten uit de creatieve koker van absint-misbruiker Van Gogh, Vincent.
   Een eikel die niet wilde luisteren. Al ging hij prat op het feit, of beter: de misvatting, dat een goed verstaander aan één oor genoeg had.

Verder is het zo, dat de meest historisch zatlappen in de hel vertoefden. Ton Lebbink betreurde nog altijd zijn keurige levenswandel. Er sijpelde soms een berichtje door vanuit het hellevuur. Prins Bernard die zich tot vervelens toe verstopte onder de struise rokken van Cleopatra, terwijl zij zijn zware pijp rookte.
   Of Adolf H. Een gemankeerd kunstenaar en landjepikspeler die steevast verloor van Napoleon B. Verder had je de neven Alexander en Karel de G., de E(E)G, profeet M., de gebroeders Dzjengis en Koeblai K. en Osman I tijdens het wekelijkse avondje Risken of Strategoën.
   Tranen met tuiten werden bij een verliespartij vergoten en één keer siste het vagevuur onbedaarlijk, en dreigde voor het eerst sinds de ontsteking ervan uit te gaan als een … nachtkaars.

De dag die op aarde wordt aangeduid als Oudejaarsnacht zat Ton Lebbink al vroeg bij het hek waarachter je de aarde goed kon zien. Er stond wat vers volk naast hem. Groenzoeters als France Gall, Dolores O’Riordan en Dorothy Malone die voor het eerst zouden meemaken hoe aardlingen dit kleine verscheiden van een jaar wereldwijd of globaal vieren.
   Iets verderop een clubje lelijkerds dat eveneens nieuw was en waarvan Ton Lebbink vond dat het vagevuur nog niet heet genoeg was voor ze. Hij zag en herkende ze stuk-voor-stuk: de toneelspelers Ruud en John L. en ene Iosif Kobzon. Hij, de dichter, draaide zich om en kotste zijn hart uit zijn lijf.

Na alle kleine ongemakken te hebben overwonnen of genegeerd te hebben verdween zijn bedrukte gevoel als eerlijkheid voor een politicus.

Zoals iedereen hierboven had ook Ton Lebbink een taak. Dat stond in een draaiboek dat door ene Petrus was samengesteld, werd beheerd en hopeloos ouderwets was. Het boekje was voorzien van een handig riempje waarmee je het aan je pols kon hangen. Immers, een doodshemd had geen zakken en eeuwig vasthouden … daar werd zelfs een overledene doodmoe van.
   Elk boekje bezat een aantal blanco pagina’s. Die kon je naar willekeur vullen met om het even welke tekst of tekening. Je kreeg daartoe van de Opper Chef Hemelzaken een witte BIC, hetgeen de leesbaarheid niet ten goede kwam.
   Toch kwam er een gedicht.

MIJN GEDICHT

dichters mogen nooit grapjes maken
omdat grappige dichters
kansloos
nooit prijzen zullen winnen

Miss World die ‘s ochtends in de spiegel kijkt
zal zeker een uurtje nodig hebben
voordat ze al het schaamhaar
al die lelijkheid
afdoende genoeg heeft weggewerkt
een scheerapparaat staat af te spoelen
ik bedoel
waar gaat het om?
zijn het leugens
of is het verdriet
of staan we mekaar in de maling te nemen
op adem te komen

ik hoop het voor mijn kansloze gedicht:

de jury lag dubbel
kwam niet meer bij
moest worden weggebracht
totaal uit de bol
deden het in hun broek
kraaiend van plezier
gierend de bocht om
ze konden niet meer
lagen in een deuk
vlekken in hun stoel te pissen

daar win je geen prijzen mee:

U bent geen dichter
was het vonnis
van Simon Vinkenoog
en inderdaad,
dat ben ik niet


MIJN GEDICHT (II)

mijn gedicht
is een gedicht
dus is mijn gedicht
een gedicht

Ton Lebbink (2010)

Noot
Aan de andere kant, kan het zo zijn, dat specialiteiten in ons leven hun bizarre schaduw vooruitwerpen als een skater zijn schaats bij het passeren van de finish? Schrijver dezes weet van niks.
   Hij (ik dus) krijgt geen visioenen, geen teken van boven, noch wordt hij (nog altijd … juist, ja) besmet met goddelijke gaven of treft hem (dezelfde persoon, andere vorm) enig corrigerend benig vinger vanuit den hoge.
   Het enige dat trilt is het espenblad in de wind. Niemand spreekt van onraad en zelfs inbraken in doorgaans ongure buurten lijken geheel afgenomen, tot het minimaal tellen niet langer waard.

Ik verliet gisterennacht mijn mijmeringen, zoals een hoerenloper zijn condoom; slap, nat en vermoeid. De wat na druipende spleet is nu het minst aantrekkelijke aan haar. Het doet aan Zeeland denken in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953; drijfnat en stevig gierende, onaangenaam geurende wind. Zeg maar storm.

Waarover deze noot handelt? Geen hond die het weet. Niemand die er ook benieuwd naar is. Binnenkort meer en op orde geselecteerd. Dat is beter voor iedereen.

Rest ons dit keer te melden dat vlak na het aards Nieuwjaar aan de hemelpoort een bromfiets is gepikt, die eigendom was van Sylvia Kristel. ‘Gelukkig heb ik mijn vibrator nog,’ sprak zij - de Emmanuelle van weleer en menig vochtig mannendroom - goedgemutst, ‘en kan ik toch nog brommend huis- (Lees: wolkwaarts).’

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: