VLAARDINGEN - Op het stadhuis lijkten de zaken na beantwoording al geheel vergeten en ondergestoft. Bij de politieke partij Heel De Stad houden ze er geheel andere ideeën op na. Na een in hun ogen soms bedroevend en tegenstrijdig beantwoorde vragenlijst gaan ze onverdroten verder.
Heel De Stad: 'U stelt in het Centrumplan ‘De binnenstad Centraal’ expliciet dat Vlaardingen inzet op een levendige, diverse en toekomstbestendige binnenstad. Functiemenging en innovatieve vormen van ondernemerschap — zoals het combineren van retail met lichte horeca (‘blurring’) — noemt u daarin nadrukkelijk als gewenste ontwikkeling. Des te opmerkelijker is het dat u ondernemers die hier daadwerkelijk invulling aan proberen te geven, in de praktijk juist tegemoet treedt met repressie, verwarring en stilzwijgen.
Hoewel u in eerdere beantwoording van artikel 34-vragen stelt “vernieuwing te omarmen” en “zorgvuldig te onderzoeken”, spreken uw eigen antwoorden een ander beeld: dat van bestuurlijke terughoudendheid en juridische rigiditeit. U grijpt in bij functiemenging zonder aan te tonen of – en hoe – deze handhaving wordt afgewogen tegen uw eigen beleidsdoelen. In plaats van transparantie biedt u slechts algemene verwijzingen naar regels, zonder duidelijkheid over de afwegingen en toetsingskaders die u hanteert. Het gelijkheidsbeginsel voert u aan als rechtvaardiging voor uniforme handhaving, maar u toont nergens aan dat sprake is van gelijke gevallen. Integendeel: uw optreden roept de schijn van willekeur op.
Daar komt bij dat u ondernemers die wél proberen aan te sluiten bij uw beleidsambities, nauwelijks voorziet van duidelijke informatie. U erkent zelfs dat er “niet actief is gecommuniceerd” over het verbod op blurring, terwijl u wél verwacht dat ondernemers op de hoogte zijn van complexe bepalingen in de APV. Dat is niet redelijk en zeker niet stimulerend voor wie zich wil inzetten voor een levendige binnenstad.
Opvallend is ook dat u structureel weigert om in te gaan op voorbeelden uit andere gemeenten — zoals Utrecht, Leiden of Zwolle — waar binnen de grenzen van de wet wél ruimte wordt gemaakt voor maatwerk en innovatie. Deze gemeenten laten zien dat functiemenging bestuurlijk en juridisch prima te organiseren is, mits er politieke wil is en een open houding richting het midden- en kleinbedrijf.
U creëert hiermee een groeiende kloof tussen beleid en uitvoering. Vlaardingse ondernemers worden opgeroepen om creatief en vernieuwend bij te dragen aan de binnenstad, maar zodra ze dat doen, wacht hen repressie. Dit is niet alleen bestuurlijk inconsequent, maar ook schadelijk voor het vertrouwen in de overheid als partner.
Wij roepen u daarom op tot duidelijkheid, transparantie en consistentie in uw beleid. Functiemenging vraagt om een weloverwogen aanpak — niet om reflexmatige handhaving. HEEL DE STAD zal zodoende het onderwerp agenderen en stelt u daarbij onderstaande nadere artikel 34-vragen.'
SCHRIFTELIJKE VERVOLGVRAGEN
Analyse beantwoorde vragen
1. Inconsistentie: eerst ontkennen, dan impliciet bevestigen van handhaving op blurring
· In vraag 2 van de eerste ronde wordt gesteld dat er “nog geen boetes en handhavingsmaatregelen zijn opgelegd.”
· In vraag 3 wordt vervolgens gesteld dat “er meldingen zijn binnengekomen” en dat er “gecontroleerd is door toezichthouders”. Er wordt dus wel degelijk gehandhaafd.
· In de tweede ronde (vraag 3) erkent het college alsnog dat er "geen boetes zijn uitgedeeld in de context van blurring", wat impliceert dat dit onderscheid gemaakt wordt t.o.v. andere overtredingen, maar men weigert helderheid te bieden over de aard van de handhaving.
Mening HEEL DE STAD
Uw antwoord is onvolledig en verwarrend. Er is sprake van een handhavingspraktijk, maar u draait om de terminologie heen.
2. Onterecht terugverwijzen zonder inhoudelijke beantwoording
· Vraag 1 en 2 van de tweede ronde vragen expliciet of het Centrumplan als beleidskader wordt meegenomen in de belangenafweging bij handhaving. In plaats van een antwoord verwijst het college naar het antwoord op vraag 1 van de eerste ronde, dat helemaal niet ingaat op het Centrumplan zelf, maar alleen algemeen stelt dat "gelijkheidsbeginsel en wetgeving" leidend zijn.
Mening HEEL DE STAD
Ontduiking van de vraag, waarbij verwezen wordt naar een antwoord dat niet relevant is voor de inhoudelijke kern.
3. Onvolledige en ontwijkende beantwoording over communicatie naar ondernemers
· Op vraag 7 (eerste en tweede ronde) geeft het college aan dat er niet actief is gecommuniceerd over blurring. Tegelijk stelt men dat "bij controles regelmatig wordt gecommuniceerd wat wel en niet mag".
· In de tweede ronde bevestigt men expliciet: "Nee, er is niet actief gecommuniceerd."
Mening HEEL DE STAD
Onhelder beleid en gebrekkige informatievoorziening die in strijd lijkt met de beginselen van behoorlijk bestuur (motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel).
4. Juridisch kader wordt vaag gehouden en niet onderbouwd
· Er is géén duidelijke uitleg waarom sommige ondernemers wel mogen ‘blurren’ onder artikel 2.35 lid 1 sub c APV, en anderen niet. In vraag 4 (tweede ronde) wordt terugverwezen naar een algemeen artikel, zonder op casuïstiek of juridische afweging in te gaan.
Mening HEEL DE STAD
Het bestuursrecht vereist een transparante belangenafweging. Onduidelijkheid over het onderscheid kan leiden tot schending van het gelijkheidsbeginsel (artikel 1 Grondwet) en het verbod op willekeur.
Beleidsconsistentie en belangenafweging
1. Kunt u bevestigen of bij de belangenafweging rond handhaving op blurring expliciet wordt getoetst aan de beleidsdoelstellingen van het Centrumplan ‘De binnenstad Centraal’? Zo ja, kunt u dit toetsingskader overleggen?
2. Indien geen toetsing plaatsvindt aan het Centrumplan: acht het college dit in lijn met de beginselen van behoorlijk bestuur (motiveringsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel)?
3. Kunt u toelichten waarom in eerdere antwoorden wordt verwezen naar een algemeen antwoord over het gelijkheidsbeginsel, terwijl de vraag expliciet ging over afstemming met gemeentelijk vastgesteld beleid (Centrumplan)?
Gelijkheidsbeginsel en juridische onderbouwing
4. Kunt u met concrete voorbeelden uitleggen op welke gronden functiemenging bij sommige ondernemers wel is toegestaan onder artikel 2.35 lid 1 sub c APV, en bij anderen niet?
5. Acht u het juridisch houdbaar om zonder heldere motivering onderscheid te maken tussen ondernemers die op gelijke wijze horeca-elementen integreren? Hoe verhoudt dit zich tot artikel 1 van de Grondwet (gelijkheidsbeginsel) en gerelateerde jurisprudentie inzake bestuursrechtspraak?
Transparantie en communicatie
6. U stelt dat er “regelmatig gecommuniceerd wordt bij controles”, maar tegelijk dat er “niet actief is gecommuniceerd” over blurring. Kunt u toelichten wat het verschil is tussen deze vormen van communicatie? Wat verstaat u onder “actieve communicatie”?
7. Waarom is er, ondanks het belang van functiemenging voor het centrumbeleid, geen enkele schriftelijke voorlichting, bijeenkomst of flyer geweest waarin ondernemers zijn geïnformeerd over het verbod op blurring?
8. Is het college bereid alsnog actief te communiceren met ondernemers in de binnenstad over de regels omtrent blurring en functiemenging, inclusief het juridisch kader en eventuele beleidsvrijheid?
Landelijke vergelijking en beleidsruimte
9. In andere gemeenten zoals Utrecht, Leiden en Deventer wordt functiemenging onder voorwaarden toegestaan via nadere beleidsregels of vrijstellingsbeleid. Heeft het college deze werkwijzen onderzocht of overwogen? Zo nee, waarom niet?
10. Is het college bereid te onderzoeken hoe vergelijkbare gemeenten blurring reguleren binnen de kaders van de APV, Alcoholwet en Omgevingswet, en deze werkwijzen te betrekken bij de herziening van de Horecanota?
Tekst
Heel De Stad