De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Fractie Boers brandt Jetten af

99 politieke luchtballonnen?

99 politieke luchtballonnen?

Het begint allemaal nog met "Geachte burgemeester," waar het formeel edelachtbare/weledelgestrenge vrouwe behoort te zijn. Daarna ontbrandt Fractie Boers in een liefst 99 vragen lange tirade, noem het een manifest, waarin de Hoogste Chef van de Stad het vuur na aan de schenen wordt gelegd. Dat e.e.a. gezien lengte en toonzetting onbeantwoordbaar is lijkt op voorhand duidelijk. Annemiek Jetten in de onvrijwillige rol van Nena?

Geachte burgemeester,

Aangezien u van citeren houdt doe ik daar als start van deze 99 vragen graag aan mee middels een citaat van Bill Maher: “Zonder waarheid is er geen vertrouwen, zonder vertrouwen is er geen rechtsstaat, zonder rechtsstaat is er geen democratie. Mensen die feiten negeren, brengen de democratie om zeep.” 

De afgelopen periode bent u onder vuur genomen, niet enkel door de vreugdevuuraanhangers, maar ook door veel andere Vlaardingers die zich op sociale media hebben afgevraagd waarom er in Vlaardingen een ‘staat van beleg‘ nodig was met alle tijdelijke camera’s.

Op vrijdag 11 januari en op zaterdag 12 januari zijn interviews met u door het Algemeen Dagblad gepubliceerd. In deze artikelen neemt u meerdere malen een stelling in die wij graag zo concreet als mogelijk beantwoord willen zien. Ook worden er enkele vragen gesteld met betrekking tot in de interviews door u benoemde zaken, zoals een enquête of zaken gerelateerd aan de interviews en uw uitspraken.

====================================================================

Geachte burgemeester,

Aangezien u van citeren houdt doe ik daar als start van deze 99 vragen graag aan mee middels een citaat van Bill Maher: “Zonder waarheid is er geen vertrouwen, zonder vertrouwen is er geen rechtsstaat, zonder rechtsstaat is er geen democratie. Mensen die feiten negeren, brengen de democratie om zeep.” 

De afgelopen periode bent u onder vuur genomen, niet enkel door de vreugdevuuraanhangers, maar ook door veel andere Vlaardingers die zich op sociale media hebben afgevraagd waarom er in Vlaardingen een ‘staat van beleg‘ nodig was met alle tijdelijke camera’s.

Op vrijdag 11 januari en op zaterdag 12 januari zijn interviews met u door het Algemeen Dagblad gepubliceerd. In deze artikelen neemt u meerdere malen een stelling in die wij graag zo concreet als mogelijk beantwoord willen zien. Ook worden er enkele vragen gesteld met betrekking tot in de interviews door u benoemde zaken, zoals een enquête of zaken gerelateerd aan de interviews en uw uitspraken.

====================================================================

Overeenkomstig art. 155 van de Gemeente wet en art. 33 van het Reglement van Orde stelt het raadslid Tim Thiel (Fractie Boers) u de volgende vragen:
 

Artikel 11 januari, Algemeen Dagblad

U zegt: “Een vuurwerkshow zou in Vlaardingen een 'heel mooi alternatief' zijn voor de vreugdevuren.”

  1. Op welke gronden baseert u deze stelling?
  2. U geeft hiermee aan dat de bezoekers van vreugdevuren dezelfde zijn als die van een vuurwerkshow. Op welke gronden baseert u deze stelling?

U zegt: “dat zulke plannen zeker nog niet klaar liggen”.

  1. Is er onderzoek gedaan of de Vlaardingse bevolking hierop zit te wachten?
  2. Kunt u aangeven hoeveel bezoekers u zou willen trekken of verwacht, en op welke locatie(s) u denkt dat dit evenement zou kunnen plaatsvinden?
  3. Kunt u aangeven wat volgens u de totale kosten zijn? Kunt u aangeven hoeveel geld of hoeveel procent van het totale budget u denkt nodig te hebben voor veiligheid?

U zegt: “Ik denk dat het iets is om regionaal te bespreken.''

  1. Hoe verhoudt een mogelijke ‘regionale aanpak’ zich met ‘een heel mooi alternatief voor Vlaardingen’?

U zegt: Het college wilde, met het oog op de veiligheid, van die vuren af. Dit gevoelige besluit dwong de gemeente tal van veiligheidsmaatregelen te treffen.”

  1. Was het een collegemaatregel of was het uw besluit?
  2. Welke concrete (extra) veiligheidsmaatregelen heeft de gemeente vorig jaar al getroffen?

U geeft aan: “De afgelopen periode heb ik onder andere tegen de organisatoren van de vuren gezegd: als je wat anders kunt bedenken, graag. Financieel gezien is daar best wat ruimte voor, maar het bleek te kort dag.''

  1. Kunt u aangeven wanneer u, en aan welke organisatoren, dit heeft gevraagd?
  2. U zegt dat er financieel ruimte is.  Kunt u aangeven waar deze financiële ruimte ligt, aangezien nog niet zo lang geleden bijvoorbeeld de Stichting Nationale Gedenkdagen Vlaardingen nog moest bedelen voor een beperkte subsidie? Kunt u ook aangeven sinds wanneer u portefeuillehouder evenementen bent geworden?

U geeft aan: “Ik vind het prima om met de stad te kijken of we het stadshart in die periode wat meer schwung kunnen geven. We hebben nu best wat initiatieven, dat worden er wellicht meer.''

  1. Dank voor uw toezegging. Op welke wijze bent u van plan om met de stad, zoals u het noemt, naar deze mogelijkheden te gaan kijken?
  2. U geeft aan dat u nu al best wat initiatieven heeft, welke zijn dit? Zijn deze gecommuniceerd met de gemeenteraad? En zo ja, wanneer en hoe?
  3. Kunt u aangeven wie u bedoelt met ‘we’?
  4. Bent u van mening dat het aan u is om deze initiatieven te hebben? En hoe verhoudt zich dat met ‘we”?

Artikel 12 januari, Algemeen Dagblad

U geeft aan: “Vlaardingen stond op scherp. Dat kwam door de aanloop: teleurgestelde Vlaardingers hadden aangekondigd ‘de stad in de fik te steken’.”

  1. Kunt u aangeven om hoeveel personen het ging die zoals u aangeeft de stad in de fik wilden steken? Heeft u hier bewijzen voor? Zo ja, kunt u specifiek per persoon (zonder de persoonsgegevens openbaar te maken) aangeven waar, op welk moment en op welke wijze dit heeft plaats gevonden, zodat de raad zijn controlerende taak kan vervullen?
  2. Kunt u van deze aankondigingen ‘screen shots’ maken, of heeft u die gemaakt, zodat het bewijs overtuigend en sluitend is?
  3. Kunt u aangeven welke concrete acties u heeft genomen na deze aankondigingen?

U geeft aan: “er was opgeroepen tot geweld naar medewerkers van de gemeente en uzelf.”

Het Wetboek van Strafrecht geeft inzake “Misdrijven tegen de openbare orde” in Artikel 131 (opruiing) en Artikel 132 (openbaarmaking opruiend geschrift) aan dat ‘Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit’ en ‘Hij die een geschrift of afbeelding waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige opruiing voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.

  1. Welke concrete bedreigingen zijn in uw richting geuit in het gesprek met de oorspronkelijke organisatoren van het vreugdevuur aan de Marathonweg, op basis waarvan de fractievoorzitters zich vervolgens achter u hebben geschaard?
  2. Kunt u aangeven om hoeveel personen het ging die zoals u aangeeft hebben opgeroepen tot geweld? Heeft u hier bewijzen voor? Zo ja, kunt u specifiek per persoon (zonder de persoonsgegevens openbaar te maken) aangeven waar, op welk moment en op welke wijze dit heeft plaats gevonden, zodat de raad zijn controlerende rol goed kan vervullen?
  3. Kunt u van de oproepen tot geweld die middels schrift of afbeeldingen hebben plaatsgevonden ‘screen shots’ maken, of heeft u die gemaakt, zodat het bewijs overtuigend en sluitend is?
  4. Kunt u aangeven welke concrete acties u heeft genomen na deze aankondigingen?

U zegt: “de politie zette camera’s door de hele stad.”

De politie zelf geeft echter iets anders aan, namelijk dat besluitvorming over het al dan niet inzetten van publiek cameratoezicht ligt bij de gemeenteraad en de burgemeester. De politie is verantwoordelijk voor het verwerken van de beelden op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De politie is ook de instantie die gebruikmaakt van de beelden voor de handhaving van de openbare orde. Daarom ligt (op grond van artikel 151c lid 3 Gemeentewet) de operationele regie bij de politie.

De verantwoordelijkheid voor het veiligheidsbeleid op lokaal niveau ligt dus bij de gemeente. In artikel 172 gemeentewet, staat dat de burgemeester belast is met de handhaving van de openbare orde. In het Vlaardingse college van burgemeester en wethouders is de burgemeester de portefeuillehouder voor (integrale) veiligheid. Dit neemt overigens niet weg dat ook de wethouders een rol op veiligheid hebben, aangezien veiligheid in bijna alle aspecten van beleid terugkomt.

In de beantwoording van de vraag van raadslid Van Unen van 15 januari, wie de opdracht heeft gegeven voor plaatsing van de camera’s, heeft u geen antwoord gegeven. U vermeldde slechts dat de gemeente de camera’s beschikbaar heeft gesteld, maar dat was de vraag niet. Daarom alsnog :

  1. U stelt dat de politie de gemeente heeft verzocht om camera’s beschikbaar te stellen. Kunt u dit bewijzen? Zo ja, dan zien wij dit bewijs als gemeenteraad graag van u.
  2. Wie heeft de feitelijke opdracht gegeven aan de firma BouWatch voor het inhuren van de camera’s? Kunt u ons een bewijs van de verstrekking van deze opdracht tonen? Zo nee, waarom niet?
  3. Naar wie heeft BouWatch gefactureerd?
  4. Wie heeft bepaald op welke locaties de camera’s werden geplaatst?
  5. Wie heeft de termijn van de duur van de plaatsing bepaald?
  6. Wie heeft op basis van welke gronden het noodzakelijk geacht dat de camera’s operationeel moesten blijven tot 7 dagen na de jaarwisseling? Betekent dit dat u van 1 tot 8 januari nog steeds bang was voor ongeregeldheden of een stiekem verlaat vreugdevuur? Zo ja, kunt u aangeven over welke bewijzen van mogelijke ongeregeldheden u in die periode beschikt? Zo nee, waarom heeft u deze periode niet ingekort?
  7. In de antwoorden aan Van Unen gaf u ook aan dat de politie de beelden van de acht camera’s direct, dus 24/7 live, zijn uitgekeken. Dit klinkt in tijden van beperkte nachtelijke capaciteit zeer ongeloofwaardig. Kunt u deze directe 24/7 inzet van de politie garanderen c.q. bewijzen?
  8. Indien de politie continu heeft meegekeken, kunt u aangeven op welke locatie de beelden direct zijn bekeken? Betekent dit ook dat in het proces niet gebruik is gemaakt van de gecertificeerde meldkamer van BouWatch? Indien er wel gebruik is gemaakt van de meldkamer van BouWatch, hoe verhoudt zich dat met uw stelling dat de politie direct mee heeft gekeken?
  9. Hoe was het proces exact ingericht tussen politie, gemeente en BouWatch in rollen en verantwoordelijkheden? Is deze rolverdeling gebruikelijk in dit soort processen?
  10. Kunt u uitleggen waarom er in de nacht van zondag 23 december pas politie naar de cameramast aan de Riouwlaan is gestuurd nadat er een melding bij de bij de meldkamer is binnengekomen, terwijl zoals u aangeeft de politie persoonlijk meekeek maar zelf niet direct hun eigen collega’s op pad stuurde?
  11. U geeft in uw antwoorden aan Van Unen aan dat beelden van de camera’s 28 dagen worden bewaard en kunnen worden opgevraagd door de politie. Kunt u aangeven hoe vaak in concrete aantallen, op welke dagen, inzake welke locaties de politie de beelden heeft opgevraagd en wat hier het resultaat van is geweest?
  12. U geeft aan Van Unen aan dat de Politiewet de basis is voor de operationele regie van de politie op het uitkijken van de beelden. Hoe verhoudt operationele regie zich met uw antwoord dat diezelfde politie de beelden niet in het bezit heeft maar mag opvragen?
  13. Eveneens in de antwoorden op de vragen van Van Unen stelde u dat bij calamiteiten die door de camera’s werden geconstateerd, politie en handhaving voldoende back-up hadden. Waarom zijn degenen die twee BouWatch camera’s hebben onklaar gemaakt c.q. vernield, dan niet gepakt?
  14. In de media is naar voren gekomen dat de beelden waarop de personen die de cameramast aan de Riouwlaan onbruikbaar willen maken middels brandstichting niet herkenbaar zijn door de gebrekkige kwaliteit van de beelden. Kunt u dit bevestigen?
  15. Kunt u ons garanderen dat de camerabeelden van voldoende kwaliteit waren (hoogwaardig HD-beeld) om effectief en succesvol te zijn, ook in de nacht?
  16. BouWatch geeft op haar website aan ‘no cure, we pay’. Gezien dit feit en het feit dat de ‘vernielers’ van de mobiele camera’s niet gepakt zijn, betekent dit dat u nu niet hoeft te betalen voor het gebruik van de camera’s? Kunt u bevestigen dat u de factuur is geseponeerd, gecrediteerd of welke korting u, los van de eerder gemaakte afspraken, heeft ontvangen van BouWatch? 
  17. Vindt u dat u omtrent de mobiele camera’s en de noodverordening voldoende en tijdig genoeg hebt gecommuniceerd met de gemeenteraad? En wilt u dit antwoord voldoende onderbouwen?
  18. U stelt in uw antwoorden aan Van Unen dat het plaatsen van de cameramasten een passende maatregel was in het licht bezien van de voorbereiding op een zo veilig mogelijke jaarwisseling en dat dit opweegt tegen de dreiging. U stelt in uw antwoord op vraag 15 dat de dreiging al vanaf moment plaatsing (5 december 2018) zo groot was dat het plaatsen van de camera’s gerechtvaardigd was. Echter in uw eigen verantwoording  die u in een raadsvoorstel (registratienummer 1698075) met een B&W besluit van 8 januari 2019 aan de gemeenteraad voorlegt (onderwerp: Raadsvoorstel tot het bekrachtigen van de Noodverordening vreugdevuren Vlaardingen 2018) geeft u aan dat er enkel op 9 november 2018 en 13 november 2019 ‘ incidenten’ hebben plaatsgevonden. De door u benoemde incidenten op basis waarvan u op 5 december de camera’s laat plaatsen betreffen het omver duwen van hekken op de Marathonweg, een vuurtje van enkele houtblokken op de Broekweg en het vinden van een stapel hout, stukken tapijt en een matras.  Gezien o.a. de vele autobranden waar u niet op reageert zijn deze ‘incidenten’ nauwelijks noemenswaardig, te licht voor het begrip incident en al helemaal geen reden om het over te gaan tot het plaatsen van de cameramasten. Vindt u deze twee door u benoemde ‘incidenten’ achteraf nog steeds voldoende aanleiding tot het plaatsen van de camera’s?
  19. U verzoekt de gemeenteraad om tijdens de Raadsvergadering van 31 januari 2019 akkoord te gaan met het B&W besluit van 8 januari waarin u verzoekt tot het bekrachtigen van de Noodverordening. Achteraf bekrachtigen van de gemeenteraad is als mosterd na de maaltijd. Bent u ook van mening dat dit onzinnig is en dat er voor dit soort bijzondere situaties een ander proces moet worden ingericht? Waarom heeft B&W dit besluit pas genomen in januari en niet voor het inwerking treden van de Noodverordening? Wat was hier de reden voor aangezien alle andere processen wel in december konden worden uitgevoerd?
  20. U stelt in dezelfde antwoorden aan Van Unen dat het niet te doen gebruikelijk is om dit soort maatregelen vooraf met de raad te communiceren. Hier was echter sprake van zeer uitzonderlijke maatregelen (cameratoezicht en noodverordening). Bij uitzonderlijke situaties en maatregelen, vinden wij dat u de gemeenteraad wél van tevoren had moeten inlichten. Wat is daarop uw reactie? En bent u van plan dit in dit soort situaties voortaan wel te doen?

U zegt: “Bij de vorige jaarwisseling waren de normen al flink aangescherpt vanwege incidenten van een jaar eerder.”

  1. Kunt u concreet en specifiek aangeven wat die aangescherpte maatregelen inhielden, en op basis van welke concrete incidenten die zijn genomen?
  2. Graag zien wij een vergelijking tegemoet van de maatregelen en incidenten van 2015, 2016 en 2017.

U zegt: “Uit enquêtes bleek dat bewoners zich desondanks niet veiliger zijn gaan voelen. Dan komt het ultieme besluit in zicht.”

  1. Bij ons is alleen de enquête ‘vreugde of vuur’ van oktober 2018 bekend, toch spreekt u over enquêtes. Kunt u aangeven over welke enquêtes u het heeft?
  2. Kunt u alle enquêtes waaraan u refereert en die relevant zijn openbaar maken? Zo nee, waarom niet?
  3. U geeft aan dat bewoners zich niet veiliger zijn gaan voelen. Kunt u aangeven in vergelijking met welke eerdere meting?
  4. U geeft aan dat op basis van het door u benoemde, maar nog niet bewezen, en in de door de gemeente opgeleverde enquête ‘vreugde of vuur’ zelfs tegengesproken, argument dat bewoners zich niet veiliger zijn gaan voelen, u het ultieme besluit van het verbieden van de vreugdevuren in zicht ziet komen. Betekent dit dat als dit argument ontkracht is u dus uw mening herziet? Zo ja, welke consequenties zijn hieraan verbonden voor komende jaarwisselingen? Zo nee, waarom niet?

Vragen inzake de bruikbaarheid en kwaliteit van de enquête (publicatie 16-10-2018) met de titel ‘vreugde of vuur’:

  1. De door de gemeente gehouden enquête heeft de titel ‘vreugde of vuur’ gekregen. Bent u het met ons eens dat een titel van een enquête niet suggestief mag zijn? Zo ja, waarom heeft u dan gebruik gemaakt van de titel ‘vreugde of vuur’ waarmee u stelt dat als er wordt gekozen voor vuur dat er dan geen vreugde is?
  2. Bent u het met ons eens dat enkel door goede enquêtevragen te schrijven, het juiste pad bewandeld kan worden om met betrouwbare antwoorden uw doelen te bereiken? Zo ja, waarom heeft u dan bewust gekozen voor vragen met vooroordelen en vooringenomenheid in zich?
  3. Bent u het met ons eens dat een vooringenomen enquête vol vooroordelen, gecombineerde - en geladen vragen en daarmee onbruikbaar is en dus geen waarde heeft? Zo nee, waarom niet?  Zo ja, bent u bereid deze enquête daarmee als ongeldig te verklaren?
  4. Bij het opstellen van een bruikbare enquête is het noodzakelijk om allereerst uw doelstellingen te definiëren. Kunt u aangeven wat uw doelstellingen waren?
  5. Kunt u aangeven op basis van welke gronden u bepaald heeft (en welke gegevens u daarvoor moest verzamelen in uw enquête) om uw beslissing te kunnen nemen?

Vragen betreffende uitvoering en opdrachtgeverschap van de enquête(s):

  1. Het kenniscentrum MVS heeft de enquête vreugdevuren en vuurwerk uitgevoerd. Het team Veiligheid Toezicht en Handhaving van de gemeente Vlaardingen wordt genoemd als partij die behoefte had aan het onderzoek. Wie is de opdrachtgever of zijn de opdrachtgevers, gespecificeerd naar functie, richting het kenniscentrum MVS? Onder wiens portefeuille valt deze enquête budgettair?
  2. Kunt u aangeven wat de totale kosten zijn geweest van deze enquête, gespecificeerd in uren voor de gemeente, en gefactureerde kosten?
  3. Kunt u aangeven wie, gespecificeerd naar naam, de vragen heeft ontwikkeld en wie, gespecificeerd naar functie, deze vragen heeft goedgekeurd?
  4. Het rapport rept over het feit dat kenniscentrum MVS ook voor 2017 een dergelijke enquête heeft uitgevoerd, kunt u deze (nogmaals) beschikbaar stellen aan de gemeenteraad? Zo nee, waarom niet?
  5. Heeft kenniscentrum MVS naast de jaren 2017 en 2018 nog meer enquêtes uitgevoerd gerelateerd aan vreugdevuren of vuurwerk? Zo ja, kunt u alle eerder uitgevoerde onderzoeken, adviestrajecten en enquêtes in relatie tot vreugdevuur en vuurwerk beschikbaar stellen aan de gemeenteraad? Zo nee, waarom niet?
  6. Gezien de vooringenomen aanpak en vraagstelling inzake de enquête ‘vreugde of vuur’ zijn wij benieuwd naar de totale impact van gehouden onderzoeken en adviesvragen die door kenniscentrum MVS zijn uitgevoerd c.q. onderzocht. Kunt u aangeven in een opsomming vanaf het moment oprichting kenniscentrum MVS: alle enquêtes, alle adviesvragen met daarbij de opdrachtgever en gespecificeerd naar de afdeling, het onderwerp, de verantwoording in uren en in kosten, de kostenplaats en de wethouder/burgemeester onder wiens portefeuille de enquête of adviesvraag viel?

 

 

Vragen inzake de uitvoering en opzet van de enquête ‘vreugde of vuur’:

  1. Op pagina 3 onder het kopje ‘Responseoverzicht’ wordt aangegeven dat het veldwerk van het onderzoek bestond uit twee onderdelen: een digitale vragenlijst en een schriftelijke vragenlijst. Beide ontbreken als bijlage. Kunt u in uw beantwoording beide lijsten vrijgeven, openbaar en goed vindbaar publiceren en in digitale vorm beschikbaar stellen aan de gemeenteraad?
  2. In het rapport wordt aangegeven dat er 4.410 huishoudens zijn uitgenodigd om deel te nemen aan de schriftelijke vragenlijst. Ook wordt aangegeven dat de schriftelijke vragenlijst naar omwonenden is gestuurd. Welke straten en welke postcodes worden bestempeld als omliggende huishoudens? Kunt u garanderen dat iedereen binnen dit gebied de schriftelijke vragenlijst heeft ontvangen?
  3. Waarom heeft u niet gekozen om alle wijken rondom de vreugdevuurlocaties middels de schriftelijke vragenlijst te bevragen?
  4. Kunt u aantonen op welke wijze de schriftelijke vragenlijst is gepresenteerd? Graag zien wij een kopie als bewijs.
  5. Is de brief gepersonaliseerd aangeboden ten einde de succesratio te verhogen?
  6. Was deze wijze van aanbieden al succesvol getest? Zo ja, kunt u deze testresultaten openbaar maken aan de gemeenteraad?
  7. Kunt u alle beweegredenen benoemen en uitleggen waarom er naast de twee varianten kwantitatief onderzoek geen kwalitatief onderzoek is gehouden?

Vragen inzake de uitkomst van de enquête ‘vreugde of vuur’:

  1. Het overgrote deel van de omwonenden van de vreugdevuren geeft aan zich veilig te voelen, zowel tijdens de verzamel- en bouwperiode, als tijdens het branden van het vreugdevuur. Het deel van de omwonenden dat zich onveilig voelt, komt over het algemeen overeen met de mensen die geen positieve bijdrage zien van een vreugdevuur. Waarom gebruikt u enkel citaten van personen die negatief tegen over de vreugdevuren staan?
  2. “Vooral de direct omwonenden klagen over rookoverlast en stank. Zij zijn bang voor brandgevaar, omdat het vreugdevuur volgens hen te groot is en te dicht bij de woningen is gesitueerd.” Nu impliceert u dat het gaat over alle omwonenden en dat strookt niet met de 74% (tijdens verzamelen) en 64% (tijdens branden) die juist aangeeft zich veilig te voelen. Slechts  17% (tijdens verzamelen) en 28% (tijdens branden) geeft aan zich in meer of mindere mate onveilig te voelen. Kunt u aangeven over hoeveel direct omwonenden dit gaat, die dit expliciet hebben benoemd?
  3. In het onderzoek komt naar voren dat er respondenten zijn die vooral overlast van zwaar vuurwerk (veelal illegaal) ervaren. Kunt u aangeven hoe iemand op basis van een knal kan bepalen of dit illegaal vuurwerk betreft? Indien zaken niet te bepalen zijn, bent u het dan met ons eens dat de vraagstelling onjuist is en dus dat uitkomsten ongeldig zijn? Zo nee, waarom niet?
  4. Bent u met mij eens dat door enkele specifieke negatieve reacties uit te lichten en deze te presenteren als universeel, terwijl deze tegen de positieve uitslag in gaan, hiermee de diskwalificatie van het onderzoek een feit is? Zo nee, waarom niet. Zo ja, bent u bereid het onderzoek hierdoor in te trekken of op zijn minst te herzien?

 

 

U zegt: “Wij hebben gesprekken gevoerd met de organisatoren, maar zij konden de veiligheid niet borgen.”

  1. U impliceert hier dat u gesprekken heeft gevoerd met zowel de organisatoren van het vreugdevuur aan de Marathonweg als aan de Broekweg. Kunt u aangegeven met welke organisatoren u op welk moment heeft gesproken?
  2. U benoemt enkel veiligheid als argument en dan ook nog enkel het aspect dat de organisatoren de veiligheid niet konden borgen. U impliceert hier dat dit argument zowel de organisatoren van het vreugdevuur aan de Marathonweg als aan de Broekweg betreft. Hebben beiden groepen organisatoren bij u kenbaar gemaakt dat zij de veiligheid niet konden borgen? Zo ja, kunt u aangeven op welk moment en in welke vorm? Zo nee, waarom impliceert u dat?
  3. Heeft u in het kader van de Omgevingswet waarin het credo van onze gemeente nu moet zijn ’Ja mits’, in plaats van ‘Nee, tenzij’, nog hulp aangeboden aan beide organisatoren om te komen tot een plan dat de veiligheid wel kon waarborgen?

U zegt op 12 januari: “Ik vind het mijn taak om zulke besluiten (verbieden van vreugdevuren) te nemen”, en “Je neemt ze (zulke besluiten) ook niet alleen hè. Je doet dat samen”. Op 11 januari zegt u: Het college wilde, met het oog op de veiligheid, van die vuren af”.

  1. Kunt u aangeven wie nu daadwerkelijk dit besluit heeft genomen?
  2. Kunt u aangeven wat u bedoelt met “met het oog op de veiligheid” daarbij in aanmerking genomen dat er nimmer grote incidenten hebben plaatsgevonden na de explosie van 2008 aan de Broekweg en bij de vreugdevuren aan de Marathonweg nog nooit iets schokkends heeft plaatsgevonden?
  3. In de samenvatting van de enquête ‘vreugde of vuur’ staat woordelijk: “Zowel in geheel Vlaardingen, als bij de omwonenden is men van mening dat de vreugdevuren een positieve bijdrage leveren aan de jaarwisseling. Ook voelt het overgrote deel van de mensen zich veilig.” Waarom wil de burgemeester expliciet samen met dit college van de vreugdevuren af terwijl uit de eigen enquête naar voren komt dat juist grote meerderheid van de inwoners van Vlaardingen positief tegenover de vreugdevuren staat, er dus juist niet van af wil en tevens aangeeft zich ook niet onveilig te voelen? Hoe verhoudt zich dit met de uitspraak van de burgemeester “dat zij burgemeester is van alle Vlaardingers”?

U geeft aan dat: “Ik moet klaarstaan voor de mensen in de stad. Zij hebben een burgemeester benoemd die waakt over hun veiligheid.”
In werkelijkheid wordt in Nederland een burgemeester door de Kroon benoemd, nadat het kabinet met de benoeming heeft ingestemd op grond van een voordracht door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gebaseerd op een aanbeveling van de gemeenteraad van de bewuste gemeente, in uw geval Vlaardingen.

  1. Kunt u aangeven door welke ‘mensen in de stad’ u bent benoemd? Op welk moment en voor welke periode?
  2. Bent u het met ons eens dat een burgmeester processen juist, volledig en waarheidsgetrouw moet presenteren? Zo ja, waarom acteert u niet zo? Zo nee, per wanneer geeft u de kroon aan dat u uw functie neerlegt?
  3. Bent u met ons van mening dat het verstandig is dat een burgemeester feitelijk en realistisch communiceert? Zo ja, waarom kiest u in dit geval voor een spreekwoordelijke vorm van communiceren? Zo nee, waarom is het onverstandig om feitelijk te communiceren?

U geeft aan: “Soms moet je dingen doen die niet iedereen prettig vindt, mits deze in het belang van de stad zijn.”

  1. Vindt u met de kennis van nu nog steeds dat uw besluit om te komen tot een verbod op vreugdevuren en een noodverordening in het belang is geweest van de stad Vlaardingen?

U zegt in relatie tot ‘ongenuanceerdheid’: “Ik vond het écht erger wanneer dingen gezegd werden die anderen in onveilige situaties konden brengen. Het oproepen tot geweld of het stichten van brand. Dát vond ik erg. Het opruien.”

  1. Kunt u aangeven om hoeveel ‘dingen’ het ging en om welke dingen? Heeft u hier bewijzen voor? Zo ja, kunt u hier specifiek per geval aangeven waar, op welk moment en op welke wijze dit heeft plaats gevonden, zodat de raad zijn controlerende rol goed kan vervullen?
  2. Kunt u aangeven wie u bedoelt met ‘anderen’?
  3. Kunt u van de oproepen tot het stichten van geweld die middels schrift of afbeeldingen hebben plaatsgevonden ‘screen shots’ maken, of heeft u die gemaakt, zodat het bewijs overtuigend en sluitend is? Zo ja, kunt u deze als bewijs tonen,  zodat de raad zijn controlerende rol goed kan vervullen?

U deed aangifte van bedreiging. Als het AD vraagt wat de aard van de bedreiging is, geeft u aan: “Dat is in onderzoek. Maar kennelijk was het ernstig genoeg voor politie en justitie om actie te ondernemen, dat zegt voor mij genoeg.”

  1. Waarom moet onderzocht worden wat de aard van de bedreiging is, als u zelf aangifte heeft gedaan van bedreiging?
  2. Bent u bereid om uw aangifte te tonen aan de leden van de gemeenteraad om zo iedere vorm van onduidelijkheid uit de weg te ruimen?

U geeft aan: “Ik wil er voor iedereen zijn en zal altijd met iedereen in gesprek gaan.”

  1. Wat was dan de reden dat u na het verbod op vreugdevuren te hebben uitgesproken niet in gesprek wilde gaan met de nieuwe groep organisatoren die wél aan alle eisen wilden voldoen?

U geeft aan: “En tradities, die veranderen. Ze komen en gaan. Deze is gegaan.”  U geeft in een memo van 31 oktober 2018 aan de fractievoorzitters aan dat op 15 juli 2014 het college besloten heeft voornemens te zijn de twee jaarlijkse vreugdevuren niet meer te ontheffen op het moment dat de locatie Marathonweg door infrastructurele maatregelen niet meer beschikbaar is voor een vreugdevuur. De verwachting toen was dat dit op redelijk korte termijn geëffectueerd zou zijn. Naar verwachting zal dit in 2019 gaan plaatsvinden. In 2017 is door het college besloten (raadsmemo d.d. 31/10/2017) het ontheffen van de beide vreugdevuren jaarlijks te heroverwegen, onder andere op basis van ervaringen en een te houden enquête.

  1. Bent u het met ons eens dat het niet aan het college is, of aan de burgemeester maar aan de gemeenteraad om te besluiten of er in de toekomst, los van de vorm, omvang en de locatie, vreugdevuren en vergeljkbare activiteiten in onze stad mogen plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?

In het AD staat tevens:“Een van de opvallendste besluiten die ze nam: ze verwijderde haar bureau uit het stadhuis.”

  1. Bent u net als wij ook van mening dat na twee jaar burgemeesterschap het beter was geweest voor zowel de stad die u als burgemeester vertegenwoordigt, als uzelf, dat hier een ander besluit was benoemd waarmee u was opgevallen?
  2. Burgemeesters besteden gemiddeld 57,5 uur per week aan hun functie. (Binnenlands Bestuur, Eindrapport Burgemeestersonderzoek 30 april 2014), u geeft aan 70 uur per week te werken – al geeft u zelf aan niet zielig te zijn -  het is wel een signaal dat u 21% meer tijd werkt dan uw collega’s. Kunt u aangeven waar u ten opzichte van uw collega’s deze extra tijd aan kwijt bent.?

Vragen inzake nieuwjaarstoespraak van 5 januari 2019:

In uw nieuwjaarstoespraak van 5 januari 2019 gebruikt u in totaal 850 woorden. Inhoudsanalyse toepassend (dit is een systematische vorm van lezen om waarnemingen te doen) op uw toespraak blijkt dat u 251 woorden gebruikt in relatie tot het verbod op de vreugdevuren en veiligheid; dat is 29,52% van uw totale speech waarin u terugblikt op 2018 en vooruitblikt op het komende jaar.

  1. Een succesvolle nieuwjaarstoespraak kijkt terug op het afgelopen jaar en werpt een blik op de toekomst. In dit geval benoem je dan de hordes die je afgelopen jaar glorieus overwonnen hebt, de successen die samen zijn geboekt en de mooie kansen die in het verschiet liggen. Bent u van mening dat u inhoudelijk de juiste zaken hebt benoemd en in de juiste verhoudingen?
  2. U besteedt nagenoeg 30% van uw woorden en tijd besteden in deze speech aan de ‘omstandigheden rondom het verbod op de vreugdevuren’. Vindt u dit een goede verhouding, gezien alles wat er in 2018 heeft plaatsgevonden en in 2019 nog staat te gebreuren?
  3. U zegt: “Dit jaar hadden we een bewogen jaarwisseling.” Wat verstaat u onder bewogen? Waar baseert u dit op in relatie tot een jaarwisseling die volgens de politie rustig is verlopen?
  4. U zegt: “Er zijn situaties geweest waarop de politie, brandweer en medewerkers van de gemeente moesten ingrijpen om mensen nog eens te wijzen op de gemaakte afspraken.” Kunt u in concrete gevallen, aantallen en per instantie aangeven wat hier anders aan is dan in voorgaande jaarwisselingen?
  5. U zegt: “Ook hebben er ongeregeldheden plaatsgevonden waar door snel en gericht optreden door toezichthouders en hulpverleners ernstige ongelukken konden worden voorkomen.” Kunt u in concrete gevallen, aantallen en per instantie aangeven wat hier anders aan is dan in voorgaande jaarwisselingen?
  6. U zegt: “Het moet mij van het hart dat het mij heeft getroffen hoe ongenuanceerd er door sommigen op de sociale media is huisgehouden. Het op deze wijze te kijk zetten van medewerkers en bestuurders die gewoon hun werk doen en werken in het belang van onze stad, was in bepaalde situaties echt onacceptabel.” Kunt u aangeven welke medewerkers en bestuurders volgens u te kijk zijn gezet? Zijn hier ‘screen shots’ van, of heeft u die gemaakt, zodat het bewijs overtuigend en sluitend is?
  7. U zegt: “Ik hoop dat we in de toekomst genuanceerder kunnen omgaan met verantwoordelijkheden die ons allen aangaan.” Kunt u dit toelichten?

Tot slot, integriteit

“Integriteit is voor burgemeesters bij uitstek de belangrijkste waarde in hun functioneren; dit onderstreept het belang van hun rol als integriteitsbewaker van het lokaal bestuur. Ook onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn voor burgemeesters van wezenlijk belang, evenals responsiviteit, zij het op afstand van integriteit.” (Onderzoeksrapport Tilburg University en DEMOS: Majesteitelijk en magistratelijk, d.d. 20-03-2014)

  1. Bent u van mening dat u inzake het verbod op de vreugdevuren integer hebt gehandeld?
  2. Bent u van mening dat u een goede invulling heeft gegeven aan uw rol van integriteitsbewaker van het lokaal bestuur door de gemeenteraad niet in te lichten c.q. te bevragen inzake het instellen van een noodverordening?
  3. Heeft u richting het presidium alle volledig beschikbare informatie gedeeld en honderd procent waarheidsgetrouw geïnformeerd?
  4. Bent u van mening dat u inzake het verbod op vreugdevuren, zoals een goede burgermoeder betaamt, te allen tijde de waarheid hebt gesproken? Zo nee, kunt u dit toelichten? Mocht u aangeven dat u altijd de waarheid hebt gesproken, en dit kan worden weerlegd met bewijzen: per wanneer geeft u de kroon dan aan dat u uw functie neerlegt?

5 commentaar(en) op artikel "99 politieke luchtballonnen?"

Zonde van de energie, tijd en geld.. wie gaat de beantwoording uiteindelijk betalen?? Inderdaad de inwoners van Vlaardingen. Wat levert het op? Inderdaad helemaal niets. De vreugdevuren komen er niet mee terug en de burgemeester gaat er niet mee weg.. kortom verspilde moeite en zeg nu zelf:”heeft u alle 99 vragen gelezen?” Juist...

Door: Remon Op:

Nog drie jaar en anderhalve maand wachten, dan zijn we van deze BOERS(e) lullen verlost.......

Door: Peter Roovers Op:

Ga eens naar je werk in de gemeenteraad waar je voor betaalt wordt in plaats van zulke epistels schrijven. Wordt Vlaardingen hier een betere stad van ? Op fb vanalles roepen, maar in de raad nog geen nuttig woord gezegd.

Wees volwassen ! Doe je werk of pak anders je biezen ! Ik heb op je gestemd omdat ik echt dacht dat jullie constructief zouden bijdragen. Maar op deze manier zijn jullie net de kleine verwende rotjochies.

Door: Katrine Op:

Erg leuk die 99 vragen, maar denk je nu echt dat je op al die vragen antwoord krijgt. We weten nu ondertussen dat openheid van bestuur laag op de prioriteiten lijst staat bij deze burgemeester.

Door: F.Roost Op:

Uit de, inderdaad vrij lange lijst, vragen blijkt 1 ding duidelijk. En dat is dat er bij sommige raadsleden grote twijfels bestaan over de argumenten en de maatregelen die door de burgemeester en het college gehanteerd werden. In een normale democratie is het de taak van raadsleden het college te controleren, dus als het college niets te verbergen heeft zullen ze duidelijkheid moeten verschaffen

Door: Hans Mielen Op:

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: