De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Ton Lebbink: Wonderbaarlijke drankavond

Ton Lebbink: Wonderbaarlijke drankavond

‘Moge Bacchus je behoeden voor een droge avond, Ton, want nuchterheid is wel de meest troosteloze en zinloze toestand in ons door het leven gegeven manier om een werkweek afsluitende vrijdag mee te vullen. Ik heb eens een avond als kurk meegemaakt, daar had ik op de zaterdag na de bewuste vrijdag dan ook goed last van. Hoofdpijn, een tong als goedkoop leer en de smaak van een goed gevulde asbak beheerste de smaakpapillen.

Ik had die middag besloten te minderen met drank. Dat zou beter zijn voor geest en lijf, maar behoed je voor zulke adviezen. Die zijn niks waard voor ons soort mensen. Daarom betrof het een eenmalige exercitie. De god van de droogte, ik noem hem Ra, zet ons in een verdomhoekje. Droogte is het belangrijkste ingrediënt van papyrus als je perkament nastreeft, maar levert geen enkele bijdrage teneinde een avond te verluchtigen.

Dat is geen gewone mensentaal.

Dus ik na die dag weer aan de drank. Soms een sloot bier, een enkele keer zweer ik bij wijn, maar meest gaat het van ad-hoc tot ­ad-fundum, zo mijn eigen bodemloze put in.

Ik wil je avond niet verpesten met mijn eenmalige teloorgang, maar over de gevaren van droogdrinken en over gezelligheid die je op deze manier mist. Mijn hersentjes besparen me, omdat ik ze regelmatig gebruik, de valkuilen van het leven. Na een avondje tafelen met gelijkgestemden kom ik immer vrolijk thuis. Gevuld met ideeën. Dat komt, ik stap zonder gene op mensen af met een tulpglas of een flesje met rode ster voor hun snufferd en betrek ze in mijn discussie.
   Na een tijdje worden de kelken opnieuw gevuld en rijdt de verbale trein verder richting een ander creatief station. Net zo lang tot de kroeg sluit, de drank in de man is of het resultaat er mag zijn.

De terugreis schuifel ik. Gevels toucherend om maar niet onderuit te gaan en met een glimlach van oor-tot-oor. Kalmpjes aan en niet zelden tot vogels kwinkeleren en een nieuwe dag zich aandient.
   Mijn op dat moment zwakkere gestel wordt van binnenuit gesterkt door geestverruimende plannetjes, die ik als het wiskundig genie dat ik nu eenmaal ben, van de ene kant van mijn hersenpan naar de andere schuif. Net zo lang tot een stabiele basis zich theoretisch heeft gevormd.’

Nadat Ton Lebbink zijn verhaal aandachtig had aangehoord, spraken ze een tijdje over het leed van de wereld in het algemeen en de almaar groeiende bierprijzen in het bijzonder. Toen zei de dichter: ‘Ik stel voor dat alle non-alcoholische dranken bij Wet worden verboden, zodat onze perfide generatie van oudere innemers geen risico loopt het verkeerde medicijn tot zich te nemen.’

‘Dan is mijn tegenvoorstel,’ zei de ander, ‘dat we gelijkgestemden gratis te eten en te drinken geven zolang het in het Ziekenfondspakket zit. Daarvoor gaan we snel zorgdragen. Dat onze relatieve oudheid met een paar glaasjes per dag moge genezen.’

CENTRAAL STATION

Naast de file achter het C.S.
Een huiverend skelet in een kapotte panty.
Dagmar is haar naam.

Boven de pont zweeft een meeuw.
Een lichtpunt in het grauw.
Het mist. Het mot. Het regent.
Hagel dreigt.

Daar wordt Dagmar absoluut niet vrolijk van.
Lachend ding ik af.

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: