Tejo Buischwater pist verder

Tejo Buischwater pist verder

Nu de rookwolken van het eliminatiedebat zijn opgetrokken kunnen we stellen dat Vlaardingen weer fris en vrolijk de toekomst tegemoet kan zien. Ware het niet dat de mutaties in de raad verder gaan dan was verwacht.

Tejo Buischwater en ONS Boers gedrag

Tejo Buischwater en ONS Boers gedrag

Tja, de Vlaardingse politiek. Hebben we het dan over het besturen van een stad met alles wat daar voor nodig is en op een zorgvuldige en adequate manier gedaan moet worden? De heer Buischwater denkt daar ernstig het zijne van.

De Kunst van het Voetbalplaatje

De Kunst van het Voetbalplaatje

Liefst € 70.000,- besteedde bestuurslid Yvonne Batenburg vorig jaar aan consultant Gert Jan van der Vossen om weer eens een nieuw en doelmatig beleid uit een vreemde hoge hoed te toveren. Mocht nomen werkelijk omen zijn, dan zouden die baten zich te eniger tijd uitbetalen … maar zoals de financiële vlag er tot op heden bijhangt … is het Museum eerder geschiedenis dan de historische have die er te kijk ligt.

VIP’s versus B&A

VIP’s versus B&A

ONS.Vlaardingen kan de komische kont niet keren of gemeente en Heijmans Woningbouw tekenen een intentieovereenkomst om op het voormalig Shellterrein Sportpark Vijfsluizen 300 tot 400 woningen te bouwen. Nota bene wethouder Frans Hoogendijk, van datzelfde ONS.Vlaardingen, zette namens de gemeente zijn (tot niets?) verplichtend kruisje.

Sprookjes van Andersson (Advies)

Sprookjes van Andersson (Advies)

Na te zijn bekomen van de komische maar zinloze impact van de moderne Sprookjes van Andersson, die het nieuwe Wetboek voor Politieke Kleuters voor € 17.000,- aan het Vlaardings bestuur kwam slijten, werd het voor Waarman tijd zich weer op serieuze zaken te storten.

Meest gelezen:

De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Waarman's ogenblik

Nagekomen bericht? Dood van een Stad!

Nagekomen bericht? Dood van een Stad!

Ze gingen voor de zoveelste raadsinvulling in Vlaardingen, de groenzoeters en de kenners. Sommigen hadden het circus al eerder meegemaakt. Anderen verbaasden zich even en smeten vervolgens net zo hard, hoewel minder gericht nog, met de geijkte sociale modder. Ze bewogen zich vreemd, als katten in vreemde pakhuizen, drukten op knopjes (waardoor een storende piep optrad) en schoven met bezweette billen angstvallig op jeukend pluche. Gingen ze voorheen samen door elke deur die de stad rijk was, nu spraken vrienden niet langer met elkaar, vijanden van het politiek geloof pasten niet langer op één kussen of aan dezelfde toog.

‘Geld te kort,’ sprak een wethouder. ‘De bodem van de schatkist glanst je tegemoet.’ 'Tsja, als je er geen geld in doet,' reageerde iemand. 'Ja, dat heet crisis (3 x),' klonk het vanaf de publieke tribune in koor.

Vlaardingen, dat was toch een welvarende stad … of was dit een politiek grapje, van de wethouder die eruitzag alsof hij zelf nog van zijn zakgeld rondkomen moest. Grote grutten … gekende voorgangers waar jarenlang op is gestemd … hebben als ratten de ss Vlaardingen verlaten. Het zal ze niet deren, die ouwe en verdwenen hap, die zitten elders al op het spoor van een nieuwe carrière of genieten hun onverdiend pensioen.

Toch is het goed dat ze weg zijn, hoewel verdwenen geld terug op tafel … de kas … hoort. Ze waren al zo schichtig, die ouwe taaie hap, en het geld verdween toch niet in hun ruimtes. Met alleen een hapje en een drankje krijg je de de stadsruif niet zo snel leeg. Een college komt, doet wat, gaat weer weg en zadelt de stad op met een negatieve balans.

‘Hij vulde zijn zakken!’ iemand, een vrouw met lang blond haar en spijkerrok, schreeuwde het uit op een overvolle tribune. ‘Hij vulde zijn zakken!’

Rondom werd het rumoerig, er brak iets uit wat je best kunt omschrijven als “witte boordenrevolte”, mensen verlieten hun zitplaats (een harde houten bank of een a-modieuze stapelstoel) en hieven hun vuist schuddend richting raadszaal. De voorzitter sloeg met een houten hamer op een plank en riep onophoudelijk dat de stilte terug moest keren. Maar wie er ook weerkeerde, stilte noch rust. Twee buurmannen met politiek haakse insteek stonden lijnrecht tegenover elkaar, boos en woorden spugend van kwaadheid. Er drentelde een bode door de zaal en eentje op de publieke tribune, dat leek te helpen … een moment … tegen de hoge ramen kletterden regentranen die na een korte poos neerwaarts stroomden. Het stormde binnen en buiten tussen Kerk en Stadshuis.

Twee oudere heren zitten naast elkaar op de publieke tribune en gniffelen. Het lijken ex-politici en verbazen zich over de heersende onkunde en onwil der vergaderzuchtigen de problemen te benoemen, bij de kop te pakken en van een oplossend predicaat te voorzien.

‘Ze hebben de halve raadszaal, het politiek theater, opgeblazen.’
   ‘In elk geval hebben ze de goede helft opgeblazen.’
   ‘Die van hun!’

‘De Hoogste Chef van de Stad huilt als een baby,’ gniffelde iemand, die wel van een verzetje hield en de blondine nooit had gemogen. ‘Iemand moet haar een stoot bedorven helium door de strot hebben geduwd, Donald Duck zou zich ervoor schamen.’

‘Het is dat vervloekte geld,’ Mr. J.A.T. Duitenberg, de professionele deeltijd portefeuilleouder van de jonge portefeuillehouder, zei: ‘Het is lastiger dan je denkt; geld is rond, heeft de neiging weg te rollen en stinkt als de hel. Ik moet de eerste penningmeester nog zien die stads kapitaal op waarde weet te schatten en niet als particulier spaarpotje gebruikt. Luister er anders de Donkere Kant van de Maan nog maar eens op na.’

De weledelgestrenge Meester Duitenberg stond nu in het midden van de raadszaal met weidse armgebaren te zwaaien als Leonard Bernstein in zijn betere jaren. Om hem heen doelloos heen-en-weer dribbelende wethouders en een paar huilende verse politikaas met gaten in de hand; met de regelmaat van een klok gelardeerd met een gierende uithaal, die smart deed vermoeden.

‘Deze raadsvergadering is vreselijk,’ zei Biermaker op de verder leeggestroomde tribune tegen Walman.
   ‘Afschuwelijk!’ antwoordde die.
   ‘Afgrijselijk!’
   ‘Zie ik je volgende keer weer?’
   ‘Natuurlijk.’

Er klonk een luide knal. Gevolgd door een misselijkmakende krak. Waarop Walman tegen Biermaker zei: ‘Ik had het nooit geloofd als ik het niet zelf had gezien.’
   ‘Wat geloofd?’
   ‘Geen idee, ik keek niet.’

Om te vervolgen met:
   ‘Ik kan me niet voorstellen dat die politieke ratten verantwoordelijk waren voor deze raadsvergadering.’
   ‘Waarom niet, ze waren ook verantwoordelijk voor de Builenpest en het Vlaardings failliet; moreel zowel als financieel.’

Ze kuierden door de gangen rond het verlaten binnenplein, er stond zelfs geen strijdros node geparkeerd. Binnen hield het kabaal onverminderd aan. Eentje met zorg in haar pakket rookte de ene na de andere Marlboro, haar shirt doorweekt van ranzige transpiratie een transparant voetbad voor haar peen-en-uien haar.

Walman: ‘Heb jij weleens gedacht dat er leven bestaat na de dood?’
Biermaker: ‘Elke keer als ik dit theater verlaat en al helemaal.’

‘Ik ga naar huis,’ zei iemand met twee laptops onder zijn arm schuldig om zich heenkijkend. ‘Voordat er politie is en ze deze niet geplande kerstgratificatie in de gaten krijgen. Ik zal me geruster voelen buiten deze hellepoort.’

De dikkige ex-vanalles verliet schielijk het bestuurskantoor, als de bekende dief in de nacht dook hij de regen in. Blauw zwaailicht en mekkerende sirenes namen bezit van de normaal kalme Markt.

‘Waar is de Raadsopstand?’ vroeg een agent met zuidelijke tongval. ‘Het zou op het stadhuis moeten zijn.’ Walman en Biermaker gniffelden (het was toch donker) en wezen richting Café d’Oude Stoep. Met gierende banden vertrok de colonne. Niet veel later een schurend geluid. In de Smalle Havenstraat nu een hoop gestapeld blik. Een sirene zeurde nog even door. Daarna werd het doodstil.

‘Kom, we moesten maar weer eens gaan.’ Walman en Biermaker stapten drie minuten later en nog na hikkend van de lach Café de Waal binnen. Het verder kalme publiek keek ietwat verstoord naar de twee branieschoppers op leeftijd.

‘Het blijft leuk,’ zei Biermaker. ‘Waar je kijkt heerst paniek en niemand weet wat te doen.’

Een vrouw, met drijfnatte confectiejurk en dansend op hooggehakte pumps, kwam ook het café binnen.
   ‘Zo, dat is me er eentje,’ zei Walman, die zijn ogen de kost gaf.
   ‘Ik zie er anders twee,’ gnuifde Biermaker.
   ‘Ik weet het niet,’ deed Walman bijziend.
   ‘Ik zie ze morgen bij het ontbijt,’ blufte Biermaker van achter zijn baard, ‘alle drie.’

Vlaardingen, najaar 2018.

1 commentaar(en) op artikel "Nagekomen bericht? Dood van een Stad!"

Magnifiek geschreven.

Door: Willem Op:

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen