De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Fotograaf Jan Dulfer ziet historie door magische lens

1018-2018: Slag bij het Platje

1018-2018: Slag bij het Platje

‘Waar wacht je op, Harnoude?’ roept kapitein Aenimikis luid. Zij draagt een lange jas met een bontkraag, dat mocht nog in die tijd. Die hoort bij haar leidende functie.

Harnoude draagt een wambuis en heeft een brandende toorts in zijn rechterhand. Een bleekneus, meer is hij niet. Een varende bleekneus. Hij wacht apathisch af. Zonder opdracht van zijn kant weinig actie.

In zijn trillende hand de toorts. Maar de lont wordt nog niet aangestoken. ‘Waarom steek je nou die lont in niet aan? Dat kruitvat moet ontploffen, die kogel naar dat oude pand. Weg met de Chinezen. Nederland is geen Oriënt.’

Harnoude kijkt met bange ogen en beweegt langzaam de toorts nu naar de lont. Hij vindt Chinezen onprettig volk; geel van huid, listig en onbetrouwbaar spelen ze eeuwigdurend landjepik. De vraag van Aenimikis vraagt om een warme aanraking.

Een uur eerder had stuurman Franconis hem uitgefoeterd en de matrozen Baldewin en Bodijn hadden hem gezegd vaart te maken met zijn getreuzel en gezeur terwijl cokemestere Luitgharden hem met een vette lach in zijn schriele ballen kneep. De pijn was niet te harden, maar het trok wel de kreukels uit zijn zak.

Kanonnier. Een belachelijke baan. Je mag enkel scharlakenrode, appelvormig besvruchtjes afvuren op niet eens illegale Chinezen. ‘Ik ben geen liefhebber van tomaten schieten,’ pruttelde hij nog.

Hij is wel een kenner van slagen, maar niet op zee. Of, net als nu, bij Platjes. ‘Tomaten,’ zo had hij gepruild, ‘zijn om op te eten. Niet om Chinezen mee te executeren. Misschien zitten binnen wel mensen te eten die ik ken.’

Vlak voor stuurboordzij, achter pilaren opgetrokken, doemde het karakteristieke witte pand met Chinese karakters op, de Flardingha, een trireem zonder riemen (tot zeilschip omgebouwd) lag nu bijgedraaid, geschut klaar. De wind kon die positie zo tenietdoen. Druk gesticulerend uitte kapitein Aenimikis, een kenau met blond haar op haar tanden en een imaginaire baard, haar krijgslustig ongenoegen. Ze had de behoefte gevoeld om op kindergezicht Harnoude af te stappen en zonder poespas tegen hem te zeggen: ‘Schiet op (dat Chinese pand).’

Achterlijk natuurlijk, maar de kapitein stond erom bekend dat allen die met haar te kaap’ren wilden varen zeker Jan, Piert, Joris en Corneel en mannen met baarden moesten zijn. Als ze nog langer zouden wachten. Zou de stad verloren zijn en aan de Gele Goden overgeleverd. Aenimikis, door de (zo bleek later) betovergrootvader van Willem van Ruytenburch, de heer Pieter Gerritsz. Van R., aangesteld weigerde de opdracht te laten mislukken.

Harnoude was achter zijn kanon weggelopen. ‘Kapitein,’ had hij gezegd, ‘de Chinezen zijn onschuldig aan de teloorgang van de stad. Daarop had hij gesalueerd en was overboord gesprongen. Er is nooit meer iets van hem vernomen. Stuurman Franconis heeft uiteindelijk de kogel afgevuurd.

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: