De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Ton Lebbink: Verloren Jurk

Ton Lebbink: Verloren Jurk

Drup, drup, drupt de jenever enthousiast als een pas ontsnapte gevangene uit de fles in het beslagen tulpglas. ‘Het is zuinigjes vandaag,’ zegt Ton Lebbink met vileine grijns. Golf, golf, golft het rivierbier gulpend in het Amsterdammertje. ‘Dat is andere koek,’ lacht hij blij. De vrijdag kan beginnen. De vrijdag is begonnen.

Hinkelend komen twee meisjes Café Helmers binnen. Een springtouw in de hand. Dienster Caroline geeft ze alle twee een koekje. ‘Dank u wel mevrouw,’ klinkt het beleefd. En weg zijn ze, de klanten van morgen.

Een norse baas van onbestemde leeftijd struikelt over de hoogpolige kokosmat, die bij de voordeur tot voetenvegen dwingt, met zijn snufferd op een stevige stapper met platte hak, die toebehoort aan een verlegen oriëntaalse die een dunne plastic tas met tweemaal nummer 39 heeft gebracht. Het is een hongerige dag vandaag.

De ex-filmjournalist stapt binnen. Aan zijn arm een actrice, op de heenweg al duidelijk op haar retour. In hun kielzog de Achterhoekse handelsreiziger met een T-shirt waarop: #MIETOE, maar dan in Griekse letters. Hoort hij bij de oosterse?

Café Helmers stroomt weer lekker vol vandaag. Buiten waait de wind door de bomen. Op de gracht schaatsen twee heavies van de duckclub. Maar dat is buiten gezichtsbereik. Politiesirenes zeuren in het oor en Rob Keizer zet zijn fiets op slot. ‘Amsterdam veilig? Vergeet het maar!’

Dienster Caroline neemt een hapje van haar loempia. Ze bloost. De sambal is weer heet vandaag. Jaja. ‘Zou Ajax nog wat doen of is een kampioenschap al te utopisch?’ pruttelt een keurig heer in driedelig krijtstreepje met een fikse pieper in zijn strot. Hij heeft een skybox, maar geen vrienden en zit er altijd weer alleen.

De vrouw die vervolgens binnenkwam was iets ouder dan dat ze er uitzag, tiptop verzorgd. Daar niet van. Haar kleding was keurig en duur, maar gejat. Net als wijlen Herman Brood en zijn colberts, hing een inktpatroon er ongeschonden aan. Het was kwart over vijf. Vrijdag en de werkweek was teneinde. Over haar schouder gedrapeerd een dure bontmantel met rode verf besmeurd. Bont? Het mocht kennelijk niet meer. Ze liep rechtstreeks naar het toilet en bleef daar geruime tijd. Toen de deur openging had ze het jurkje in haar hand. De bontmantel hing nu open over haar schouders als een cape. Op hooggehakte pumps een koket gezicht. ‘Dat is kokut!’ brulden de heren aan de bar.

Ton Lebbink zei: ‘Wauw.’ De handelsreiziger floot een overbekend bouwvakkersdeuntje. De ex-filmjournalist duwde van verbazing het hoofd van de actrice in haar omelet, de dooiers verspreidden zich als gele vla over haar niet onknap gezicht.

‘Hier,’ zei de memorabele verschijning tegen dienster Caroline, ‘wil jij de jurk? Gestolen goed gedijt mij niet.’ Ze legde de dure couture op de toog en verdween als een vamp in de voornacht. De klanten in verbijstering achterlatend. Snel werd het druk op het herentoilet, toch niet de grootste stek van Café Helmers. De deur stond op een kiertje, het gekreun niet van de lucht.

DE VOLGENDE DAG

Veel schuim op mijn plas vandaag.
Wat heb ik nou weer gedronken.

Veel plak op mijn tand vandaag.
Wat heb ik nou weer gegeten.

Veel kaas aan mijn kop vandaag.
Waar heb ik nou weer gezeten.

Veel strepen op mijn trui vandaag.
Ellebogen met gemorste wijn heb ik vandaag.
Een bij komt aan mijn strepen ruiken,
of is het een wesp.

Veel gedoe in mijn hoofd vandaag.
Daarom ben ik dichter.

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: