De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Twee nog onbekende grootheden

Ton Lebbink & Herman Brusselmans

Ton Lebbink & Herman Brusselmans

Als Ton Lebbink uitging schreef hij niet veel. Hij hield van anderhalfjes, oeverloos en gericht kletsen over om het even wat, muziek luisteren als er niets te kletsen viel, lekkere wijven verleiden en vooral opslaan wat hem die dag passeerde. Dat schreef hij steevast later thuis in alle rust op.

Ook pakte hij wel zijn zwarte aantekenboekje en dito gekleurde pen (een BIC). Maar in de geestelijke chaos van het moment wist hij later meest niet meer wat zijn gekrabbel betekende. Hij hield het bij steekwoorden als een bij of wesp; scherp en soms pijnlijk voor wie het betrof. Wat niemand was, nooit speelde de dichter op de man. Of deze moest, net als de in zijn gedichten en later gezangen aangehaalde Rob Keizer, verzonnen zijn.
   Iemand vroeg hem eens of Rob Keizer de samengestelde held uit de briljante voetballers Piet Keizer en Rob Rensenbrink was. Tot een antwoord is het nooit gekomen.

Hij kon uren in de kroeg zitten. Van open tot sluit. Eens was hij in Gent (het was vakantietijd) in Café Rechtop naast de beroemde schrijver en Vlaamse Halfgod Herman Brusselmans terecht gekomen. Dat was nog in de goede tijd. Er ging een sloot gemengde drank naar binnen. De praat was gevarieerd en menig pakje tabak werd in brand gestoken. Die tijd was het, de Belgische Franc en de Hollandse Gulden betaalmiddel van dienst.

Wat ze ook zopen en wie ze ook foefelden, hun verstand bleef zegevieren. Geen onvertogen woord of het moest een grap zijn die niet werd begrepen door het verder klootjesvolk. De heren vierden hoogtij. HB met zijn al lange haar en TL gedragen door een zonnebril.

Van Café Rechtop ging het naar Café Zatlap. Een populair honk in die tijd. Brusselmans op de Harley-Davidson en Lebbink er sprintend als de toen nog pre-puberale Tom Boonen achteraan. Nog geen twintig seconden na de tweemaal “man” in zijn naam hebbende ex-drummer, kwam de slagman van Mecano op het minuscule terras aan.

Er werd geschrokken gekeken naar de twee literaire woestelingen die het knijpje binnenstormden alsof de oorlog was uitgebroken en sprake was van bezetting. Brusselmans bestelde rap een serie onuitspreekbare namen op basis van alcohol, terwijl sportman Ton Lebbink wat krukken aan de zinken toog met een ferme armzwaai tot gereserveerd gebied verklaarde.

Slechts een stevige tante met fikse boezem voelde zich op haar gemak. Van geluk zomaar twee drummers met vier sticks (ze las iedere dag de Gazette van Gent en vooral de pagina Cultuur) binnen grijpgraag handbereik te krijgen schoof ze haar dwergvriendje in de spoelbak en maakte plek voor de heren schrijvende mastodonten. ‘Hier, neem wat van mij erbij,’ sprak ze met tot tranen toe geroerde stem. De toog raakte nu snel erg vol.

Het gesprek ging over kutjes en kolfjes naar haar hand. In andere onderwerpen had zij vandaag geen trek. Tineke, zoals zij ongetwijfeld ook vandaag nog heet, was van de korte metten. Volgens haar moest je pakken wat je pakken kon en wat tegen zat, leverde weleens een blauwe plek of zwarte kijker op.

‘Ik ben een lekker wijf,’ zei de pronte, ‘ik ga zelden alleen naar huis. Ik sterf van het inkomen, heb een loft van zowat 200 meter in het vierkant. Ik ben een gelukkig mens. Toen Neil Armstrong de vlag pootte op de maan, werd ik voor het eerst genomen door buurman Toon. Die kort daarop door mijn vader, de jaloerse hengst, werd afgerost en hem zijn verkleinde voornaam lager liet zingen. Hij is er in Twente niet veel later een muziekgroep mee begonnen. Ik Heb Stiekem Je Dochter Gepookt werd zowaar nog een hit.

Zo emmerde het gesprek voort. Brusselmans rookte als een schoorsteen en werd almaar minder zichtbaar in de artificiële damp. Lebbink kapte zowat anderhalfjes weg en Tineke behaagde beide heren met kunstzinnig gemanicuurde hand.

Aan het eind van de rit kreeg iedereen een zoen die ertoe deed. Tineke zakte haast over haar kruk van gelukzaligheid. Ze gaf de heren nog maar eens een diepe Franse kus.
   ‘Dat ik u nog maar eens ga zien,’ begon ze.
   ‘In dit kot? Ge zijt een dromer, troel …’
   Herman en Ton verlieten Café Zatlap en reden naar de kust om pootje te baaien en achter zich de zon uit het land te zien komen dat nog niet heel lang geleden fietsen spaarde dat het een aard had.

DE WIJSHEDEN VAN TH. A. TE A.

Een goeie kok zal zich nooit in de vingers snijden.

De 29e februari duurt óók iets langer.

Ook voor de gediscrimineerde geldt het verbod op discrimineren.

Alleen een krat sherry is te interpreteren.

Ook natuurgeweld kan zich beroepen op noodweer.

Marathonloopsters kunnen zich geen grote tieten permitteren.

Van het drinken van paddestoelenthee gaat men koffiedik kijken.

Het door de mens veroorzaakte milieuprobleem van de onvruchtbaarheid zal zich vanzelf oplossen.

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: