De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Ton Lebbink: bier, jenever en gedichten

Ton Lebbink: bier, jenever en gedichten

Ach, bier, jenever en dichten. Het begint al met de combinatie. Eerst die jenever. IJskoud, kan niet lekkerder. In een ingevroren glas op tulpvoet. De vorm van een oer-Hollandse bloem en een vrouw die er wezen mag.

En dan dat bier. Ahh. Die zalige Amstel. Schuimkraag. Geel. Lekker. Lijkt eerst uit de rivier geschept, maar is nectar van de Lage Landen. Het Amsterdamse leidingwater als basis is hier een wonder geschied.

Neem eerst een nipje jenever. Laat die rondtollen op je tong. Spoel je verhemelte. Dan fluks een flinke slok koel en helder Amstel erachteraan. Dat meng je in de mond tot de ideale smaak ontstaat. Doorslikken als een verliefde dame mag de finale heten van dit spel zonder verliezers. Hoog in je bol trekt een gelakte nagel een witte streep over je rug langs je ruggengraad. Kippenvel.

En dan dat gedicht. Ja, het is de poëzie die duidelijk maakt wat twee complementaire dranken allemaal met je doet. Of niet? Het is de donkerste BIC. Gecombineerd met een even non-wit aantekenboek. Zwart natuurlijk. Over zwarte vrouwen kun je uren filosoferen. Zwarte BIC-pennen en aantekenboeken vragen onmiddellijke actie. Indien paraat.

Een dichter die een beetje aangeschoten is, denkt ruimer dan het ruimste sop. Hij richt zijn vizier op nietszeggende letters die, eenmaal gecombineerd, mooie woorden geven. Dan bewegen die woorden zich naar hun juiste plek. Aldus ontstaat een gedicht. Een hersenspinsel waar anderen dan weer aandacht aan schenken.

Is de dichter doorgeschoten, lees: lazarus, dan rollen letters en woorden (hele zinnen zelfs) de verkeerde kant op, en wil niemand lezen wat de dichter heeft geproduceerd.

Gedichten met jenever en bier. Die jenever: een Hollands traditioneel product. Dat is belangrijk. Niet al te veel inmenging van buitenaf. Veel hard water, veel ambachtelijk zweet, zout. Een jenever die smaakpapillen kan trakteren en hoofdstedelijk Amstel net dat beetje vernuft meegeeft: een anderhalfje dat kan bekoren. Dat is belangrijk.

Stamcafé. Voor het eerst dronk de dichter zijn anderhalfje na het verdwijnen van zijn tijdelijk adolescente kenmerken. Wat voelde hij zich onaantrekkelijk, maar daarmee hielden zijn hormonen geen rekening. Schalks, kansloos. Zijn avonden besloot hij steevast onder de dekens met zijn rechterhand. Jakkes.

Alle vloeibare gist maakte hem een Adonis op schaal. Hij werd van een eenzame pukkeltiener een gekende twintiger, niet zelden fungerend als epicentrum aan de bar. Hij hield voordrachten op steeds landelijker podia. Mocht in het voorprogramma van Grace Jones tweemaal haar kleedkamer delen. Zij, de brunette van enkel vlees en lichaam en een grote bek.

Strange.
I’ve seen that cunt before.

Als de dichter iets deed, of zei, werd er gekeken, geluisterd. Heel soms gebeurde er niets. Dat was als hij juist na openingstijd een kroeg binnen wandelde. In op YouTube staande filmpjes zie je de dichter in zwart-wit met monoïstisch geluid. Het lijken de jaren vijftig.

Allemaal poëzie? Alles is echt. Geen woord gejat. Dat zijn ze niet waard. Die andere dichters met hun minzame prietpraat recht uit de onderbuik of het hemels firmament. Ach, dichten is niet voor ieder weggelegd.

Hoe ver Ton Lebbink nog met ons meereist in de geest, dat is onbekend. Zijn mooiste werken moeten nog komen.

EEN EEUWIGE SECONDE
(klankgedicht)

Een eeuwige Tweede was mij te klagerig.
One Eternal Seconde....Ja.
Tijd!
Tijd bestaat niet.
Tijd is de draai van de Aardbol.

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: