De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

ARMANDO DE CLOWN

ARMANDO DE CLOWN

Maar ook in Cuba is het net als in alle andere communistische landen waar ik gewerkt heb: er is een enorme ritselcultuur. Met andere woorden, ik vis op kreeft en jij werkt in de sinaasappelen, dan eet jij kreeft en ik sinaasappels. Jij werkt in de garage en ik zit in de bouw, nou jij krijgt stenen en ik een ruilcarburateur voor de Cadillac uit 1957. En hoe deze mensen nog altijd zo vrolijk kunnen zijn in een totaal uitgewoond land met bijvoorbeeld niet eens een wegwijzer. Als je ergens de binnenlanden in gaat, is het steeds de weg vragen, terwijl wegenkaarten onbekend zijn. Witte streep op weg? Hoezo? En elke fietser zonder licht rijdt ‘s avonds. Maar toch ga ik er graag naar toe.

Mijn vrouw begint altijd ruim van te voren kleding bij haar kennissen in te zamelen en zelf koopt ze ook nog het een en ander erbij. Ik ga op de bietstoer in ziekenhuizen, waar ik nog wel eens wat oude, maar nog prima medische apparatuur kan los peuteren, terwijl de vliegtuigmaatschappij bij mij nooit kinderachtig doet als ik 150 kilo over mijn bagage zit. Kortom je hebt Francofielen die graag in Frankrijk vertoeven en ik ben een Cubafiel (wat een woord).

Ik mag er altijd graag zijn. En omdat het in Cuba doorgesijpeld is dat ik in Holland veel op de televisie ben als Payaso (clown), doe ik ook wel eens mee met de show van het hotel. Ook heb ik heb menig keer in het dolfinarium van Varadero rondgelopen met mijn rooie neus op. Dit tot grote verbazing van de vele Hollanders. Met die dolfijnentrainers ga ik veel duiken en vissen. Dat zijn prachtkerels. Allemaal oud Navy Seals van de Cubaanse marine. Dit zijn andere jongens dan die uit die Amerikaanse films, dit zijn echte kanjers. Wat dacht je? Vijfenveertig meter duiken zonder luchtflessen. Van één van hen heb ik een duikmes gekregen waar je je echt mee kan scheren.

Uiteraard gaan we veel bij vrienden in Santa Clara en Havanna langs en zelfs in het kinderziekenhuis van Havanna kom ik regelmatig binnen. Ik heb de laatste keer wat software afgegeven van mijn goede vriend Professor  Dr. Arnold Oranje van het Sophia kinderziekenhuis te Rotterdam, één van de grootste kinderdermatologen ter wereld. Die directrice van dat ziekenhuis bleef mij maar zoenen toen ik weg ging.

Ik ging daarna met mijn vrouw en vrienden Havana in. Nou, dat is altijd feest, want zelfs in het allerkleinste café met drie stoelen zit een muziektrio of een kwintet. Natuurlijk verkopen ze allemaal een cd van hun meestal hoogstaande muzikale prestaties. Dientengevolge kan ik rustig een week lang de mambo, samba en sumba draaien zonder in herhaling te vallen. Ik heb al wat muziek meegebracht.

Maar op een keer zaten we op een terras en wat zag mijn neus? Wat rook mijn oog? Neee, je vergist je niet van Toor, daar liep een clown van terras naar terras. Met een klein lullig plastic fotocameraatje waar hij dan zogenaamd foto's mee maakte en zijn slachtoffers tot hilariteit van iedereen nat spoot. Ik ben niet bepaald contactarm, dus na vijf minuten zaten we met elkaar te kletsen of dat we elkaar al vijftig jaar kenden.

Zijn naam was Armando. Hij had in alle grote circussen ter wereld gewerkt, maar hij mocht de laatste twintig jaar het land niet meer uit. Hij was nu tachtig jaar en probeerde zijn AOW van vier dollar per maand een beetje op te krikken door bij de toeristen op de terrasjes wat geld te verdienen. Even later kwam er nog een man bij die niet geschminkt was, maar toch veel van hem weg had. Het bleek zijn tachtigjarige tweelingbroer te zijn, die kranten van de communistische partij liep te verkopen. Ik kocht het hele pak kranten voor vijf dollar en donderde ze demonstratief in een vuilnisvat. Daarna nodigde ik hem uit om met ons mee te eten en te drinken. Nou, dat liet José zich geen twee keer zeggen. Even later was het lachen geblazen en toen ik Armando een foto van mij liet zien kreeg hij tranen in zijn ogen en zei: ‘Hombre, zo mooi als jij geschminkt bent, dat kan hier niet. Je kan hier niks kopen op dat gebied.'
   We gingen clownentrees ontleden en spraken over de clowns die daarmee beroemd geworden waren. Lou Jacobs, Pipo, Sosman, De Fratalinies, Emmeth Kelly en Red Skelton. Die laatste werkte later zonder schmink in menig showfilm mee als komiek.

Armando was net zo gek op Chaplin als ik. Hij bleek een wandelende encyclopedie en wist alles van het clownsvak. Zoveel dat ik in die drie uur tijdens ons etentje veel bijgeleerd heb. Toen we weg gingen en ik hem beloofd had heel gauw een goeie clownspruik, schmink en wat overtollige kostuums van mij aan Hollandse toeristen mee te geven voor hem, drukte ik hem een bedrag in zijn hand waarmee hij de eerste 3 maanden minimaal te eten had en namen we huilend afscheid.

Verdomme! Krijgen die journalisten die altijd zitten te zeuren over de trieste clown toch nog gelijk. Zijn broer wilde ik ook wat geven maar die wilde niet. Tja, communist in hart en nieren en hij stond ondanks zijn afgedragen en sjofele kleding toch voor zijn ideaal. Tja, dat kan ik dan ook weer respecteren.

Na dit voorval heeft er een aantal jaren een clown in Havanna rondgelopen in een leuk Bassie pak met een button er op ‘ARMANDO gesponsord door BASSIE Holland'.
   Maar helaas, Armando vermaakt het publiek niet meer in Havanna. Nee, hij is niet dood. Clowns worden namelijk heel oud en gaan op het einde van de rit gewoon het hoekje om. Maar de regering van Cuba heeft het beroep van clown en goochelaar verboden. Dus dat mag niet meer uitgeoefend worden. Het heeft geen economische waarden bla, bla, bla enz.

En Armando? Oh, die zit nu vast en zeker achter de Cubaanse geraniums, poetst af en toe zijn rode neus op en hoopt op een andere tijd.
   En ik hoop dat ik hem weer eens kan zien.

WEETJE
Sinds kort mogen de Cubanen weer nieuwe auto,s kopen.  Alleen de gemiddelde auto kost 85.000 Euro. Toch fijn als je maar 20 Euro in de maand verdient.

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: