De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Ton Lebbink geurt zijn jatten

Ton Lebbink geurt zijn jatten

Ton Lebbink rook aan zijn jenever. Toen aan zijn vingers. Daarop depte hij zijn vingers in de jenever en rook achtereenvolgens aan de jenever en zijn vochtige tengels. Weer doopte hij zijn vingers in de jenever en bewoog ze traag als een wulpse pastoor die een askruisje op een kindervoorhoofd zet. Nu trok hij een nat streepje op het blote dijbeen van de naast hem gezeten dienster Caroline. Zij droeg een kort rokje, het waren de jaren zeventig.

Zij glunderde dat het een aard had en kreunde lichtjes. Vanwege de warmte was het binnen verder uitgestorven. Op het terras een paar drukdoende studenten.

Nogmaals doopte hij zijn vingers in de jenever. Nu trippelde hij als een vogeltje met natte pootjes tot onder haar kleedje. Wellustig kronkelde Caroline als een tevreden slang op Medusa’s verder chagrijnige hoofd.

‘Is er nog bediening?’ riep een jonge stem vanaf buiten. ‘Jajaajaaa …!’ brulde Caroline. Twee van de drie studiebollen keerden zich naar het raam en tuurden moeilijk naar binnen. Eentje deed zijn hand als een indiaan boven de ogen. Op het venster ontstond een wolkje als van condens. Hij zei iets tegen de anderen.

Ton Lebbink dronk zijn jenever leeg. Een fikse slok bier erachteraan. Hij zei: ‘Geef me nog maar een anderhalfje, Caroline. Maar help eerst die jongens gerust. Die staan op springen … van de dorst. Het is me anders het zomertje wel.’

HET VIERLUIK VAN GEURTJE (5/meerdere hoofdstukken)

Doc Thielmann
Deze zaterdag gaat het over vergiffenis en zonde en waarom Eva de zwevende rib van Adam te min vond.
Een mat ochtendlicht hangt als een dunne nevel in de Staphorster Gemeentekerk.
Doc Thielmann gaat even verzitten.
De hardhouten bankjes waren wegens het geloof niet bedoeld voor het gemak.
Ook billen moeten boeten

Als clubarts van de Katwijkse Anti-lopen had hij zich na de verloren wedstrijd tegen de Staphorster Polio Club blijvend in Staphorst weten te vestigen.
Na de beslissende dunk van de Staphorsters kreeg de plaatselijke geneesheer een fatale hartaanval en Thielmann had de praktijk met genoegen overgenomen.
Een hoop lekkere meiden in Staphorst. Van die goedgelovige sukkels.
Een karig bestaan, dat wel.
Sinds de wil van God heeft men het hier niet zo op met medicijnen.

Je kunt iemand best martelen met een brandende sigaret, maar zo wordt het slachtoffer wel gedwongen om ongewild mee te roken.
Even moest Thielmann lachen; wat is hij toch briljánt.
Zo, nog even een Psalm en hij kan er weer voor een week tegen.
En wat voor een week!
Maandag heeft hij op de praktijk een afspraak met Geurtje Dijkstra, de lekkere dochter van zijn ‘vriend’ die vredig naast hem in zijn rolstoel zit te dommelen.
Hij gaat maar weer eens verzitten, stilletjes jaloers op het zachte kussen van Siep.

Augurk, pindakaas, slagroom, álles at ze, had Geurtje hem twee dagen geleden fluisterend over de telefoon verteld.
En dat ze dacht dat ze zwanger was en veertien en of ze een afspraak kon maken voor een ónderzoek en of abortus tot de mogelijkheden zou kunnen behoren.
Thielmann had zich geestelijk in de handen gewreven, gezegd dat maandag aanstaande halfelf goed schikte en was gelijk zijn instrumenten gaan steriliseren.

Na het uitgaan van de kerk ziet hij Geurtje op een rode Honda naar het bushokje op de IJsselmeerdijk stuiven. Hij knijpt Siep Dijkstra even in de schouder en vertelt hem die flauwe grap over waarom Jezus zo moeilijk de slaap kon vatten.
Omdat Jezus het niet begreep was misschien leuker dan schaapjes tellen.
Even later ziet Thielmann de spelersbus van Ome Cor naar Katwijk vertrekken en de dansende paardenstaart van Geurtje de andere kant van de dijk afzakken gevolgd door een puisterige puber, een halflege six-pack en het ruisen van het riet.

Thielmann gaat zijn instrumenten alvast maar eens klaarleggen.

(Wordt vervolgd)

HET VIERLUIK VAN GEURTJE (1 & 2 & 3 & 4/meerdere hoofdstukken)
(Wat voorafging)

Siep Dijkstra
Katwijk, zaterdagmiddag.
Siep Dijkstra, spelverdeler van de Staphorster Polio Club, zit in de kleedkamer van Katwijk de banden van zijn rolstoel in te vetten.
De stroeve vloer van de Katwijkse Anti-lopen had hem in het verleden menigmaal parten gespeeld, vooral bij het dunken.
Zowel bij zijn eigen team als bij de Anti-lopen betekenen details, zoals het tijdig invetten van banden, de marge tussen play-offs en degraderen.
Dat Katwijk.
Alle hoeken van de basket hadden ze gezien in Staphorst vorig jaar.
Sinds de Paralympics had hij niet meer zo gelachen.

Nu waren de rollen omgedraaid.
Door de polio-epidemie van 15 jaar geleden had een duchtige instroom van jong talent de gelederen van de Katwijkers danig versterkt.
Nee, Staphorst moest straks flink aan de bak om een plaats bij de laatste vier veilig te stellen.
De Anti-lopers waren nog niet aanwezig en Siep had van de gelegenheid gebruik gemaakt om ‘Bijstandspotten moeten gratis beffen’ op de muur van de vijandelijke kleedkamer te spuiten.
Zou ze leren, die vuile smerige gereformeerde Katwijkse teringlijers.
Inwendig lachend veegt Siep de vetrestanten van zijn Michelins.

Elke dag moest hij naar de kerk en op Zondag helemaal.
Zondag is de hel in Staphorst, je mag niks en verder is alles verboden.
Alleen de kerk mag.
Tijdens de preek van vanochtend, een litanie over de zwevende rib van Adam en waarom Eva daar geen genoegen mee nam was hij in zijn rolstoel weggedommeld en pas tijdens het slotpsalm wakker geschrokken om onder her dreunen van het orgel de Staphorster Gemeente Kerk uit te rijden.

De spelersbus stond al bij de halte op de IJsselmeerdijk te wachten.
Ome Cor had de vrachtluiken van de bus geopend en stond klaar om de rolstoelen van de spelers in te klappen en te verstouwen.
Cor had jarenlang zijn Staphorster brekebeentjes veilig naar de uitwedstrijden geloodst.
Hij kon wel zo langzamerhand een ongelukje velen.
Iedereen was al gehandicapt dus de schade kon alleen maar meevallen.

Siep had zichzelf die ochtend maar eens een goeie beurt gegeven.
Aftrekken voor een wedstrijd mocht eerst niet van de trainer.
Kreeg je slappe armen van.
Nu móest het. Begon je lekker ontspannen aan de wedstrijd.

Bij de uitgang van de kerk beantwoordde Siep kort de barse groet van Bolke de Boer, eigenaar van een schuur met 40.000 slachtkippen en vader van Lieuwe met wie de dochter van Siep, Geurtje Dijkstra, al een jaartje optrok.
Bolke ‘de Beer’ was vanwege zijn lengte nuttig onder de basket. Twee meter vijftien had hij gemeten toen hij zijn benen nog had.
Siep werd in zijn schouder geknepen.
Het was de hand van zijn huisvriend Doc. Thielmann die hem plagend vroeg waarom Jezus zo slecht de slaap kon vatten.
Siep wist het niet.
Omdat hij zijn schaapjes lag te tellen.
Bulderend van het lachen had hij afscheid genomen van zijn kameraad en koers gezet naar de bus van Ome Cor.
Uit een ooghoek zag hij Geurtje met haar rode Honda de IJsselmeerdijk opstuiven richting Lieuwe die naast het bushokje aan een blikje stond te trekken.
Ze was zo stil de laatste tijd. Alsof ze iets onder haar leden had …

Zo, hij moest zich maar eens op de wedstrijd concentreren en scherp als een mes rolt hij even later met zijn teamgenoten naar de vijandelijke vloer …
Sport verbroedert zolang je wint.

Lieuwe de Boer
Lieuwe de Boer hangt zoals altijd op Zaterdag rond een uur of tien tegen het bushokje op de IJsselmeerdijk.
Hij had thuis in de badkamer eens goed naar zichzelf gekeken.
Zijn rossig steile melkboerenhondenhaar kleurde goed bij de talloze jeugdpuisten die sinds een jaar of wat zijn voorhoofd in een driedimensionale reliëfkaart van Zuid-Limburg hadden veranderd.
Hij had zich arm gekocht aan dubbelwerkend Clearasil, maar zelfs dit smeerseltje was niet opgewassen tegen de hormoonexplosie van deze 18-jarige kippenvanger.

Een six-pack Amstel heeft hij bij zich om de tijd te doden tot Geurtje met haar rode Honda de dijk komt opstuiven.
Ze kan zo komen, de kerk loopt uit.
Nou, loopt …
Het percentage rolstoelen onder de gelovigen overstijgt ruimschoots het landelijk gemiddelde.
Hij ziet meneer Dijkstra, de vader van Geurtje, bulderend lachen om een opmerking van Doc Thielmann.
Het zou Lieuwe een dikke vette rotzorg zijn.
Met een geroutineerde ruk trekt hij het eerste blikje open.
Het was me godverdomme wat, samen met drie collega’s zonder stofbril in een schuur 40.000 slachtkippen vangen en in kratten stoppen. Wat een baan. Dan kon hij nog beter politieagent worden.

Snel klokt hij het blikje leeg, want daar had je Geurtje.
Witte sokjes, een rode scooter en een wapperende staart.
Zo, nog even wachten tot de spelersbus naar Katwijk vertrekt en dan barstend van testosteron sidderend van genot onder aan de dijk tussen het riet een liter sperma in haar gedoogzone spuiten. Ha!
Hij trekt nog maar eens een blikje open.

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Uw naam
Uw e-mailadres
Onderwerp
Vul uw bericht in...
x

Meest gelezen: