De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Ton Lebbink: Onaardse Wind

Ton Lebbink: Onaardse Wind

‘Pak je glas!’

Onderaards gerommel, krakend skai, Café Helmers schudt op zijn grondvesten, plotseling stijgt de man in driedelig krijtstreepje (is er werkelijk sprake van levitatie?) tien centimeter boven zijn barkruk. Wat is er aan de hand? Wat staat hier te gebeuren?

Zijn blauwe broek bolt op en er klinkt een fantastische knal die twee koffiekopjes, enige glazen, een colaflesje, talloze bierviltjes, het kitsch Perzisch tapijtje, de onderstaande tafel en vijf klanten pardoes door het inmiddels kapotte venster naar buiten katapulteert. Hierbij vergeleken had de Oerknal het effect van een piraatje.

‘Zo die is eruit,’ zegt de zakenman zonder zichtbare gene. ‘Bruine boontjes gegeten. Met een gefruit uitje erdoor voor de vitamientjes. Dat sterkt de darmen.’ Hij zit weer op het gebarsten skai van zijn kruk. Ton Lebbink kijkt verbaasd. Dienster Caroline is onthutst. De handelsreiziger barst uit in een schaterlach. Buiten klinkt gekreun. De Vijf van de Wind zijn tegen een passerende tram aangeblazen en het OV geeft niet mee. Dat laatste is algemeen bekend.

Met een hand waarin een witte zakdoek bet hij zijn bezwete voorhoofd. De actie was een hele toer en ging ook bij de concertmeester van de spontane blaaskapel De Hoge Maar Enige Noot kennelijk niet geheel van een leien dakje. De weg van darmenstelsel tot aan de Eerste Constantijn Huygensstraat was nu een geheel ontboste en schier levenloze.

De zakenman kijkt het café rond en haalt zijn schouders op. ‘Beetje wind, was voorspeld. Staat op Teletekstpagina 703.’

‘Dat is toch niet normaal, Ton. Ik heb toch best al wat meegemaakt. Maar dit ...’ De ex-filmjournalist heeft zijn overjas weer binnen handbereik na hem buiten uit een boom te hebben gevist, maar moppert nog wat na.

‘Het is voor mij ook de eerste keer,’ antwoordt de dichter van inmiddels talloze onvergetelijke gedichten. ‘Maar zijn damp met excrementengeur is gelukkig gelijk met de knal door het raam de stad in verdwenen. Dat had me een stank geweest.’ Ton Lebbink draait zich van de ex-filmjournalist af en zegt: ‘Geef mij nog maar een anderhalfje, Caroline.’

De dienster ontdooit, glimlacht en zegt: ‘Maar eerst bel ik de snel glaszetter. Als straks de zon zakt wordt het anders nijdig fris binnen.’

HET VIERLUIK VAN GEURTJE (1/meerdere hoofdstukken)

Siep Dijkstra
Katwijk, zaterdagmiddag.
Siep Dijkstra, spelverdeler van de Staphorster Polio Club, zit in de kleedkamer van Katwijk de banden van zijn rolstoel in te vetten.
De stroeve vloer van de Katwijkse Anti-lopen had hem in het verleden menigmaal parten gespeeld, vooral bij het dunken.
Zowel bij zijn eigen team als bij de Anti-lopen betekenen details, zoals het tijdig invetten van banden, de marge tussen play-offs en degraderen.
Dat Katwijk.
Alle hoeken van de basket hadden ze gezien in Staphorst vorig jaar.
Sinds de Paralympics had hij niet meer zo gelachen.

Nu waren de rollen omgedraaid.
Door de polio-epidemie van 15 jaar geleden had een duchtige instroom van jong talent de gelederen van de Katwijkers danig versterkt.
Nee, Staphorst moest straks flink aan de bak om een plaats bij de laatste vier veilig te stellen.
De Anti-lopers waren nog niet aanwezig en Siep had van de gelegenheid gebruik gemaakt om ‘Bijstandspotten moeten gratis beffen’ op de muur van de vijandelijke kleedkamer te spuiten.
Zou ze leren, die vuile smerige gereformeerde Katwijkse teringlijers.
Inwendig lachend veegt Siep de vetrestanten van zijn Michelins.

(Wordt vervolgd)

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Uw naam
Uw e-mailadres
Onderwerp
Vul uw bericht in...
x

Meest gelezen: