De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Ton Lebbink levert Slag in en om Vlaardingen

Ton Lebbink levert Slag in en om Vlaardingen

De zware deuren van strafgevangenis Vlaardingen zwaaien open. Een man loopt naar binnen, de sportfiets keurig aan de hand. Het is Ton Lebbink. Een uur eerder dan hij verwacht is hij in de Schelvispekelenclave, omdat hij de noordenwind in de rug had. Ook heeft zijn fietsenmaker, die zijn trouwe sportros altijd tot in de puntjes verzorgd, zich ingespannen om de houder voor zijn gsm op het stuur te monteren zodat de dichter altijd direct de route af kan lezen. ‘Stap maar op, Ton,’ zei de fietsenboer, ‘trap je een weg de wijde wereld door.’

‘Probeer Amsterdam eens te vergeten, er is nog zoveel moois buiten de metropool en geniet gerust van het toeristisch arme Vlaardingen. Zoek je De Vlaardinger gewoon weer eens een keertje op. Dat is al best een tijd geleden.’

Ja, aan dienster Caroline heeft de ex-drummer zijn mooie tocht te danken, ofschoon hij destijds zonder haar gemeende tip ook regelmatig naar de Groenste Stad uit de Vergane Historie fietste. Of hij zich nog optredens in Café de Steeg herinnert? ‘Ja, dat was een mooie tijd. Al kan het ook wel in Café d’Oude Stoep geweest zijn dat ik het podium heb beklommen. Ben Vuijk was er nog eigenaar.’

‘Ik heb gelezen dat die de politiek is ingerold,’ zegt Caroline, ‘maar breek daar je hoofd nou niet over, als je hem ziet herken je hem zeker. Wat kan een mens nu helemaal veranderen qua uiterlijk in pakweg vijfendertig jaar? Ik heb hier nog een adres van een prima eetcafé, waar je een aangename verrassing te wachten staat mocht je er gaan eten: Marjon van Neuren van Café de Waal kijkt al naar je uit.’

‘Marjon? Maar ik ga met de complete redactie van De Vlaardinger naar de Slag bij Vlaardingen. Daar heb je broodjes beenham, die doen me aan je vlezige dijen denken. Maar dan met een korstje van het brood.’
   ‘Gatverdamme, viezerik. Ga je mond spoelen met groene zeep of vertrek met gezwinde spoed,’ proestte ze. ‘Traiteur de Culinair is een keurige zaak. Daar wordt niet met eten gefoefeld.’

Hij peddelde via Aalsmeer en Rijsenhout. Nam drie broodjes paling bij een van de traditioneel ruziënde gebroeders Eveleens in Burgerveen. Reed vlak voor Alphen aan den Rijn lek. Plakte een klein half uurtje zijn band na met slootwater het gaatje te hebben gevonden, rookte er een Zware van de Weduwe bij en zong een regel uit een liedje van weleer: “Als ik driemaal met mijn fietsbel bel, nou dan weet je het wel.”

Bij Gouda stak hij een kaarsje aan in de parochie van een hem onbekende kerk en waste de kaas van zijn kop. Bij Rotterdam werd het hem allemaal te machtig en snoot hij zijn neus: ‘Wat een fantastische industriestad is dit toch. Hier wordt oprecht gewerkt. Dat voel je, dat proef je, dat zie je.’

In de Witte de Withstraat pakte hij een anderhalfje bij Ti in Café de Schouw. Raakte er in gesprek met Hairman de Vlaardingse Kapper en droeg een gedichtje aan hem op:

Knip, knip, knip
Ik heb je, kip.

Het was dan wel geen wondertje van vernuft, ze konden er goed om lachen. Daarna, de ex-portier van Paradiso had de smaak, in het zicht van de Westhaven(kade), nu goed te pakken, nog een snelle stop bij Danny in Café de Oude Sluis. De anderhalfjes smaken best en zullen een keer hun tol gaan eisen. Nu is er nog niets aan de hand.

Wanneer hij tenslotte, na een in- en transpirerende dag The Irish Pub binnenstapt heten Willem van Dijen en Arno Tessers hem in een gebroken Anglo-Dutch nog meer welkom dan onderweg al niet misselijk was qua vriendelijke bejegening. Hij kapt er nog een paar anderhalfjes weg en spreekt dan vloeiend met de barmannen mee.

De onvermijdelijke Man met de Hamer, die juist binnenstapt, timmert hem enkele uren aritmisch op het hoofd. Iedereen om hem heen doet uitgelaten gek, maar het is duidelijk dat alle gasten, die jolig aangeschoten zijn, van de uurtjes hebben genoten.

Ton Lebbink wil, nu alle bonnen zijn opgeteld, proberen voor iedereen te betalen om zijn prettige geluk die dag duidelijk te maken. Junior Flynn wil daar niets van weten. Dan (uren later) volgt een ontroerend slot: wanneer Panda Ferry de tl-balken aandoet en zijn klanten tot vertrekken maant (de vogeltjes kwinkeleren dat het een aard heeft) doet de genereuze directeur de poëtische beursspeculant een voorstel gratis de nacht in het majestueuze Driehoek Hotel door te brengen.

Ontroerd door mooie, welgemeende fijne gestes barst Ton Lebbink in snikken uit. ‘Ik heb nog nooit zo’n fijne dag gehad,’ zegt hij. Wanneer hij Ronald en Ferry een hand geeft stapt zijn maatje van De Vlaardinger binnen: ‘Het avontuur van de Slag bij Vlaardingen gaat zo beginnen. Tijd voor ontbijt!’

‘Das ook een mooi gedicht,’ meent de ex-schilderijenvervalser.

KUT

Ik sta te pissen in het riet.
Ik sta verzonken in het veen mijn rimpels na te kijken.
Een vlekje op de vlakte bij het bootje van een boer.

De lucht is zichtbaar als het bijna vriest.
Een volle DAF staat op een veer te niksen.
Een roek poepte op een schuttingwoord.

KUT.

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Uw naam
Uw e-mailadres
Onderwerp
Vul uw bericht in...
x

Meest gelezen: